Werking nieren
De meeste mensen hebben 2 nieren, elk ongeveer zo groot als een vuist. Ze liggen achteraan in de buikholte links en rechts van de wervelkolom, net boven de taille. Gezonde nieren spelen een belangrijke rol in de stofwisseling van het lichaam. De belangrijkste functies van de nieren zijn:
Regelen van de hoeveelheid water in het lichaam
Het menselijk lichaam bestaat voor een groot deel uit water. We nemen water in met voedsel en drank, en we verliezen water door ademhaling, zweet, stoelgang en vooral via urine. De nieren zorgen ervoor dat de hoeveelheid water in het lichaam in evenwicht blijft door het teveel aan water af te voeren met de urine.
Als er onvoldoende productie van urine is, stapelt het overtollig water zich op in de weefsels. Dit veroorzaakt zwelling, meestal van de voeten en onderbenen, wat men oedeem noemt. Ook de bloeddruk neemt toe. Als er te veel water in de longen komt, wordt men kortademig en kan men niet meer platliggen. Dit noemt men longoedeem of “water op de longen”.
Verwijderen van afvalstoffen
De nieren zuiveren het bloed van afvalstoffen van de stofwisseling. De afvalstoffen worden met de urine uit het lichaam verwijderd. Wanneer de werking van de nieren verminderd is, stapelen deze afvalstoffen zich op in het bloed en in de weefsels. De gevolgen daarvan zijn moeheid en lusteloosheid, misselijkheid en braken, slechte smaak in de mond, verminderde eetlust, concentratiestoornissen, slaapstoornissen en jeuk.
Regelen van de samenstelling van het bloed
De nieren regelen ook het gehalte aan zout (natrium) en andere elektrolyten (zoals bv. kalium en fosfor) in het bloed en houden de zuurtegraad van het bloed constant. Wanneer de nieren onvoldoende functioneren, stijgt het gehalte aan kalium en fosfor in het bloed en neemt de zuurtegraad van het bloed toe.
Aanmaken van hormonen
Tenslotte zijn de nieren belangrijk voor de aanmaak van verschillende hormonen zoals:
- Renine: regelt de bloeddruk.
- Erythropoëtine (“Epo”): stimuleert de aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg. Bij een tekort aan erythropoëtine krijgt men bloedarmoede, wat kan leiden tot vermoeidheid en lusteloosheid.
- Vitamine D: zorgt voor de opname van calcium (“kalk”) in het bloed. Calcium is nodig om de beenderen sterk te houden. Bij tekort aan vitamine D worden de beenderen broos en kunnen ze gemakkelijker breken.
Behandeling van chronische nierinsufficiëntie
Wanneer de nieren langdurig onvoldoende goed werken, spreekt men van chronische nierinsufficiëntie. Nierinsufficiëntie kan zeer geleidelijk evolueren over verloop van meerdere jaren, maar kan ook vrij plots optreden. Sommige mensen merken niet dat er iets mis is totdat ze echt behandeling nodig hebben. Iedereen kan chronische nierinsufficiëntie krijgen. De meest frequente oorzaken zijn diabetes, hoge bloeddruk, ontsteking en blokkade van de urinewegen en erfelijke nierziekten. Wanneer de nieren minder dan 10 tot 15 % functioneren, is de nierinsufficiëntie bijzonder ernstig en zal dit zonder behandeling tot een levensbedreigende toestand leiden. Op dat moment is er nood aan een behandeling die de functie van de nier overneemt.
Er zijn 2 mogelijkheden:
- hemodialyse of kunstnier-behandeling
- peritoneale dialyse of buikspoeling
De keuze tussen deze 2 mogelijkheden gebeurt op basis van onderling overleg tussen jou, je nefroloog, je familie en je huisarts, nadat je voldoende geïnformeerd bent over beide technieken. Soms kom je door je voorgeschiedenis of huidige ziektetoestand niet in aanmerking voor 1 van beide technieken. Dit zal door je nefroloog met je besproken worden. Sommige patiënten komen in aanmerking voor een niertransplantatie, voor anderen is dit niet mogelijk om medische redenen, bv. omdat de kans op verwikkelingen groter is dan de kans op succes. Een niertransplantatie verloopt niet gepland (tenzij bij levende donatie), maar gebeurt op het moment dat een “passende nier” ter beschikking komt. Dit betekent dat er in afwachting ook hemodialyse of peritoneale dialyse moet gebeuren.
Hemodialyse
Peritoneale dialyse
Transplantatie
Medicatie
Algemene principes
Je krijgt vanuit de dialyseafdeling een lijst van je thuismedicatie mee. Telkens wanneer er een wijziging gebeurt, wordt er een nieuwe lijst afgedrukt en meegegeven. Wanneer je huisarts de medicatie wijzigt, moet je de nefroloog hierover inlichten. Als je problemen hebt om bepaalde medicatie in te nemen, moet je de nefroloog hier ook van te verwittigen. Gebrekkige of onjuiste inname van medicatie kan ernstige gevolgen hebben voor je gezondheid. Als je tegenover bepaalde medicatie allergisch gereageerd hebt, is het van groot belang om dit aan de nefroloog mee te delen, zodat dit in je dossier kan worden genoteerd.
Vaak voorkomende medicatie
- Injectafer®
IJzer is een bouwsteen voor de aanmaak van rode bloedcellen. Je krijgt dit naargelang de noodzaak toegediend via het dialysetoestel bij hemodialyse of via een infuus bij peritoneale dialyse.
- Erythropoëtine (“epo”)
Dit is een hormoon dat door de nieren wordt geproduceerd en de aanmaak van rode bloedcellen bevordert. Bij nierinsufficiëntie maakt het lichaam te weinig erythropoëtine, wat leidt tot bloedarmoede. Je krijgt erythropoëtine toegediend volgens je behoefte (meestal eenmaal per week), via het dialysetoestel bij hemodialyse of door een onderhuidse injectie bij peritoneale dialyse. Een te hoge dosis erythropoëtine kan schadelijke gevolgen hebben. De nefroloog zal er dus strikt op toezien dat het aantal rode bloedcellen binnen de gewenste limieten blijft. Roxadustat (Evrenzo®)
Roxadustat is een oraal alternatief voor erythropoëse stimulerende middelen bij de behandeling van symptomatische bloedarmoede ten gevolge van ernstige nierinsufficiëntie.
In tegenstelling tot erythropoëtine wordt het medicament niet via de bloedbaan of subcutaan toegediend maar in pilvorm aan u gegeven om in te nemen tijdens elke dialyse sessie.
De nefroloog zal met u bespreken of u best erythropoëtine gebruikt, danwel roxadustat.- Vitamines
Je krijgt bij elke dialyse een gele pil die verschillende soorten B-vitamines (onder meer foliumzuur, vitamine B1, vitamine B2, vitamine B6, vitamine B12) bevat, omdat er bij hemodialyse een verlies is van deze vitamines.
- Bactroban® neuszalf
Als je drager bent van bepaalde bacteriën (staphylococcen) in de neus, krijg je wekelijks neuszalf om deze kiemen uit te roeien. Deze bacteriën kunnen ernstige infecties ergens anders in het lichaam veroorzaken.
- Bloeddrukverlagende middelen
Wanneer je bloeddruk ondanks het bereiken van een optimaal streefgewicht toch nog te hoog is, dan zal de nefroloog je bloeddrukverlagende medicatie voorschrijven. Deze kan sterk verschillen van patiënt tot patiënt. Als je gevoelig bent voor bloeddrukdalingen tijdens de hemodialyse, zal je eventueel voorgesteld worden om de bloeddrukmedicatie na dialyse in te nemen of enkel op niet-dialyse dagen.
- Fosfaatbinders
Door de verminderde nierwerking stapelt fosfaat zich op in je lichaam. Dit kan jeuk veroorzaken. Het belangrijkste probleem is echter dat het fosfaat samen met calcium neerslaat in je bloedvaten die daardoor kunnen verstoppen. Dit proces noemt men aderverkalking. Het is dus van het grootste belang dat je fosfaat goed gecontroleerd is. Daarom moet je in eerste instantie een fosfaatarm dieet volgen. Daarnaast krijg je fosfaatbinders, die de fosfaatopname uit de voeding afremmen. Sommige fosfaatbinders (Phoslo®, Renepho®) kan je zo bij de apotheker afhalen. Voor andere (Rengal®, Renvela®, Fosrenol®, Velphoro®) moet je eerst aan de adviseur van de mutualiteit goedkeuring van terugbetaling vragen. Het attest dat hiervoor nodig is zal je van de nefroloog ontvangen. Om een goede werking van deze medicatie te hebben, moet je deze verplicht samen met de maaltijden innemen. Fosfaatbinders kunnen de werking van bepaalde antibiotica storen en mogen dus niet samen met deze antibiotica worden ingenomen. De nefroloog zal je dit meedelen.
- Bicarbonaat
Door de verminderde nierwerking wordt de zuurtegraad van je bloed te hoog. Om dit te neutraliseren krijg je soms natriumbicarbonaat voorgeschreven, wat door je apotheker wordt klaargemaakt.
- Kaliumbinders
Door de verminderde nierwerking kan kalium uit de voeding zich vrij snel opstapelen. Een te hoog kalium kan levensbedreigende hartritmestoornissen geven. Een dieet arm aan kalium is voor mensen in kunstnierbehandeling zeer belangrijk. Kalium wordt via de dialyse verwijderd. Desondanks hebben sommige patiënten nog een te hoog kalium. In dat geval wordt Kayexalaat® of Sorbisterit® voorgeschreven. Deze medicatie bindt het kalium uit de voeding en verhindert zo dat het in het lichaam wordt opgenomen. Het is dus van groot belang dat de medicatie samen met de maaltijd wordt ingenomen. Een vervelende bijwerking van Kayexalaat® of Sorbisterit® is een moeilijke stoelgang. Om dit te vermijden kan je 1 of 2 soeplepels sorbitol aan elk maatje Kayexalaat® of Sorbisterit® toevoegen. Je nefroloog kan ook beslissen om nieuwere kaliumbinders zoals Veltessa® of Lokelma® voor te schrijven. Zowel Veltessa® als Lokelma® kunnen ook als vervelende bijwerking maag-darmklachten geven zoals verstopping, winderigheid buikpijn of diarree. Zeldzaam wordt ook een laag magnesiumgehalte gezien.
- Vitamine D of calcimimetica
Deze medicatie (1 Alfa-Leo®, Alfacalcidol®, Rocaltrol®, Mimpara®, Parsabiv®) remt de bijschildklier. Een overmatige werking van de bijschildklier veroorzaakt ontkalking van het bot en aderverkalking.
Vaccins
- Hepatitis B
Dit virus veroorzaakt een bepaalde vorm van geelzucht. Als je bloedanalyse geen beschermende antistoffen tegen het hepatitis B virus aantoont, word je vóór of onmiddellijk na het opstarten van dialyse volledig gevaccineerd (3 dosissen vaccin PreHevbri). Nadien worden op regelmatige tijdstippen je antistoffen bepaald en worden zo nodig bijkomende dosissen gegeven.
- Pneumokokken
Deze bacterie veroorzaakt een ernstige vorm van longontsteking. Er bestaan verschillende vaccins waarbij Pneumo23® en Prevenar20® de belangrijkste zijn. Een combinatie van beide geeft de beste bescherming. De eigen bijdrage voor deze vaccins is in belangrijke mate afhankelijk van je leeftijd en zal met je besproken worden.
- Griep
Dit vaccin wordt jaarlijks gegeven in de herfst.
- Herpes zoster (Shingrix®) wordt terugbetaald aan patiënten die in aanmerking komen voor een niertransplantatie of een niertransplantatie ondergaan hebben.
Isolatiemaatregelen
Sommige bacteriën worden resistent tegen de antibiotica die het meest frequent gebruikt worden om hen te bestrijden. Omdat deze bacteriën vooral gevonden worden bij patiënten die veelvuldig in het ziekenhuis werden opgenomen, spreekt men soms van de “ziekenhuisbacterie” (MRSA of methicilline-resistente staphylococcus aureus). Wanneer iemand gekoloniseerd is met deze bacterie, betekent dit niet noodzakelijk dat hij er ziek van wordt. Het is echter van belang dat de bacterie niet overgedragen wordt naar andere patiënten, omdat die er eventueel wel ernstig ziek van zouden kunnen worden. Daarom worden contactisolatiemaatregelen toegepast. In dat geval zullen de verpleegkundigen altijd handschoenen en eventueel een schort en mondmasker gebruiken.
Op dialyse worden alle patiënten tweemaal per jaar gescreend voor MRSA. Dit betekent dat men met een wisser een staal neemt van het vocht in de neus, keel en perineum (zone tussen vagina/balzak en anus), en van eventuele wondes. Indien de test positief is voor MRSA, wordt er gestart met een decontaminatieschema. Dit bestaat uit het wassen met desinfecterende zeep en shampoo en het aanbrengen van antibiotische zalf in de neus. De dienst ziekenhuisinfectiebeheersing volgt dit proces op. De huisarts wordt op de hoogte gebracht. Na de decontaminatie wordt er opnieuw gescreend. Wanneer 3 opeenvolgende screenings negatief zijn, wordt de patiënt niet meer als drager van MRSA beschouwd en moeten geen verdere contactisolatiemaatregelen worden genomen. Soms kan men de bacterie niet uitroeien en wordt de patiënt als chronisch drager van MRSA beschouwd.
Naast MRSA zijn er nog andere types bacteriën die resistent zijn aan meerdere antibiotica, of die een gevaar kunnen betekenen voor de gezondheid van andere patiënten. Ook voor deze anderen kunnen isolatiemaatregelen worden genomen.
Onderzoeken
- RX thorax
Op regelmatige tijdstippen (meestal om de 4-6 maand) moet een foto van het hart en de longen worden gemaakt. Dit laat de nefroloog toe om te oordelen of je streefgewicht nog steeds correct is. Ook wanneer je klachten hebt van aanslepende hoest of kortademigheid zal een longfoto worden genomen.
- EKG
Een electrocardiogram is een registratie van het hart die op dialyse zelf kan uitgevoerd worden. Dit gebeurt routinematig (meestal om de 6-12 maand) om je hartfunctie te evalueren. Ook wanneer je een onregelmatig hartritme hebt of klachten van pijn op de borst, zal dit afgenomen worden.
- Echocardiografie
Dit is een filmpje van het hart dat toelaat om het hart grondig te onderzoeken. Na aanbrengen van een gel op de huid, kijkt men met een echografie-toestel door de borstwand naar het hart. Dit onderzoek zal ook routinematig (meestal om de 12-24 maand) gebeuren of bij bepaalde klachten die kunnen toegeschreven worden aan een hartziekte.
- DSA van de AV-fistel
Een vernauwing of verstopping van de AV-fistel wordt vermoed wanneer je bloeduitslagen niet meer goed zijn, wanneer het aanprikken moeilijk verloopt of wanneer je lang nabloedt. In deze gevallen zal een foto van de AV-fistel gemaakt worden. Dit gebeurt door het aanprikken van de slagader in de arm, na het stoppen van de bloedverdunners.
- Coronarografie
Wanneer men vermoedt dat er een probleem is met de kransslagaders of met de hartkleppen, zal de cardioloog dit onderzoek uitvoeren. Hij zal een slagader in je lies aanprikken en een katheter opschuiven tot in het hart, om dan met contraststof de kransslagaders en de hartholtes aan te kleuren. Na het onderzoek moet je een nacht in het ziekenhuis blijven. Een mogelijk probleem is een bloeduitstorting in de lies. Om het risico hierop te beperken, moeten sommige bloedverdunners op voorhand gestopt worden en moet je na het onderzoek bedrust respecteren. De dialyse zal nadien ook gebeuren zonder of met een lage dosis bloedverdunners. Als je nog veel plast (> 400 ml per dag), zal je streefgewicht de dialyse voor het onderzoek 1 kg hoger gebracht worden. Deze maatregel wordt genomen om je nieren te beschermen tegen de negatieve effecten van de contraststof.
- CT angiografie van de onderste ledematen.
Bij klachten van pijn in de onderbenen of niet-genezende wondjes aan de voeten, moeten de bloedvaten van het bekken en de benen worden onderzocht. De slagader in de lies wordt aangeprikt en er wordt contraststof in de bloedvaten ingespoten. Hiervoor dienen ook sommige bloedverdunners te worden gestopt. Wanneer je nog veel plast, zal ook voor dit onderzoek je streefgewicht de dialyse voordien 1 kg hoger gebracht worden, om je nieren te beschermen.
Voeding
Voeding speelt een belangrijke rol bij de behandeling van je chronische nierziekte. De diëtiste zal je inzicht geven in de dieetrichtlijnen passend bij je resterende nierfunctie en de keuze van nierfunctievervangende therapie. De voedingsrichtlijnen zullen worden uitgebalanceerd naar jouw noden en behoeften. De diëtiste zal je begeleiden om het dieet in te passen binnen je dagelijkse levensstijl en je voorzien van praktisch kooktips. Zo hoeft het volgen van het dieet niet zozeer een obstakel te zijn.
Het hoofdprincipe van het dieet is berust op een zoutnormalisatie van 5-6 g per dag. Met zijn allen eten we nog ruim te veel zout in België zo bedraagt de gemiddelde zoutinname nog ruim het dubbele namelijk 10,8 g/dag (WHO,2023). Bij een verminderde nierfunctie kunnen de nieren het zout niet goed verwerken en blijft er te veel zout achter in het lichaam. Dit heeft allerlei vervelende gevolgen zoals benauwdheid, hypertensie, dikke enkels en voeten. De diëtiste zal je tijdens het intakegesprek begeleiden om je dagelijkse zoutintake te normaliseren tot de norm van 5-6 g per dag zonder te moeten inboeten op smaak.
Hiernaast steunt het dieet op 4 pijlers die individueel kunnen verschillen qua richtlijnen.
Eiwitverrijking
In tegenstelling tot de milde eiwitbeperking/eiwitnormalisatie die je kreeg in de predialysefase is het nu van groot belang om je eiwitinname te verhogen in functie van spierbehoud en ter preventie van ondervoeding.
Kaliumbeperking
De diëtiste zal je bij de start van dialyse bezoeken om samen met jou en op geleide van de kaliumwaarde in het bloed een persoonlijk dieet op te stellen waarbij rekening wordt gehouden met je behoeften en je wensen.
Fosforbeperking
Bronnen van anorganische fosfaten zullen binnen je voedingspatroon worden opgespoord en alternatieven voor deze zeer fosforrijke voedingsmiddelen zullen aangeboden worden. De fosforbeperking zal persoonlijk worden uitgebalanceerd op je bloedwaarden.
Vochtbeperking
De vochtinname wordt uitgebalanceerd op basis van je restdiurese en cardiale belasting.
Zoals je merkt, kunnen de dieetrichtlijnen verschillen van persoon tot persoon. De diëtiste zal je vertrouwd maken met de volledige theorie van het dialysedieet waardoor je je dieet altijd kan bijsturen indien nodig. Tijdens de dialysesessies zal de diëtiste op regelmatige basis naar de dialysezaal komen waardoor je de mogelijkheid hebt om vragen te stellen of samen met de diëtiste je dieet bij kan sturen. Met deze persoonlijke benadering dragen we onze visie van personalized medicine hoog in het vaandel.
Gezonde levensstijl en spierbehoud
Ter preventie van kracht- en spiermassaverlies wordt je tijdens de dialysesessies de mogelijkheid geboden om te fietsen. Deze fiets ondersteunt je in het trappen en begeleid je doorheen 12 steden waaronder Parijs, New York, Valencia, Durbuy, Brugge, Knokke enz. Tijdens het fietsen kan je zelf je route bepalen door te navigeren via bedienbare knoppen.
Fietsen tijdens dialyse draagt niet enkel bij tot een behoud van de spiermassa en de spierkracht, maar heeft hiernaast ook positieve resultaten op:
• de dialyse-efficiëntie
• conditie en fitheid
• mentale en fysieke kwaliteit van leven
• de systolische bloeddruk
• rusteloze benen, meer specifiek het verlagen van de klachten hiervan
Vraag dus zeker bij de start wat extra info hierover bij de verpleegkundigen van dialyse. Zij zullen je dit met veel toewijding laten uitproberen. Je kan altijd zelf bepalen hoelang je wil fietsen.
Elke trap telt!
Andere gezondheidsproblemen
Als je lijdt aan een nierziekte, kunnen ook andere organen in het ziekteproces betrokken zijn, bv. zoals bij suikerziekte. Je kan ook een ander gezondheidsprobleem hebben, dat niets met je nierziekte te maken heeft, bv. zoals chronisch bronchitis. Bij mensen met nierziekten komen regelmatig seksuele problemen voor. Je kan ook over deze problemen altijd met je arts spreken en hij zal je zo nodig doorverwijzen naar een andere specialist.
Deelname aan studies
De artsen van het dialysecentrum proberen om je altijd de meest optimale behandeling volgens de laatste evoluties in de wetenschap te geven.
Soms kan het nodig zijn om hiervoor verschillende al toegepaste technieken voor de diagnose of behandeling met elkaar te vergelijken, of op een systematische manier na te gaan of een voorgestelde strategie inderdaad tot de verhoopte resultaten leidt. Een zeldzame keer zijn hier beperkte extra bloednames voor nodig. De gegevens die hierbij worden verkregen, worden voor verdere verwerking volledig anoniem gemaakt en kunnen eventueel in vaktijdschriften worden gepubliceerd. Elke studie die loopt op onze dialyse afdeling werd goedgekeurd door het comité medische ethiek van ons ziekenhuis. Er kan geen medische studie bij jou worden uitgevoerd als jij of je vertegenwoordiger daarvoor geen toestemming geeft.
Momenteel gebeurt in je dialysecentrum onderzoek rond het gebruik van bloedverdunners bij mensen met een onregelmatig hartritme en er loopt onderzoek naar een nieuwe vorm van AV-fistel.
Het al dan niet deelnemen aan studies beïnvloedt geenszins de kwaliteit van de geleverde zorg.
Rijgeschiktheid
Het KB van 23 maart 1998 (Bijlage 6, Art V) stelt dat ernstig chronisch nierlijden de uitsluiting tot het besturen van een motorvoertuig tot gevolg heeft. Zo gewenst, kan een tijdelijk rijbewijs worden verleend. Dit tijdelijk rijbewijs is kosteloos te bekomen en is onmiddellijk beschikbaar bij het inruilen van het huidige rijbewijs, mits voorlegging van een ingevuld aanvraagformulier en een rijgeschiktheidsattest. Je nefroloog kan bij eenvoudige pathologie een advies geven over de rijgeschiktheid. Als er bijkomende problemen zijn, zoals bv. verminderd zicht, suikerziekte, hartritmestoornissen of epilepsie, zal je nefroloog je voor specialistisch advies verwijzen naar bv. de oogarts, de endocrinoloog, de cardioloog of de neuroloog. In specifieke gevallen zal hij je moeten verwijzen naar het CARA centrum. Als je al in dialyse bent, kan de aanvraag van een tijdelijk rijbewijs onmiddellijk gebeuren. Als je pas start met dialyse kan de aanvraag pas na enkele weken gebeuren, omdat eerst moet geëvalueerd worden hoe je dialyse verdraagt. De geldigheidsduur van de rijgeschiktheid is beperkt tot maximaal 2 jaar voor categorie A3, A, B, B+E of G, en maximaal 1 jaar voor categorie C, C+E, D of D+E of van subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E.
Dienst Medisch-Maatschappelijk werk
Iedereen die met ziek zijn geconfronteerd wordt, heeft tijd nodig om dit te verwerken. Samen met de behandelende artsen, verpleegkundigen en diëtist, staat de maatschappelijk werkster in voor de ondersteuning van de dialysepatiënt en zijn omgeving. Talrijke vragen kunnen opduiken. Graag geeft de maatschappelijk werkster hulp en advies, luistert naar de psychologische noden. Ze is de uitgelezen persoon om praktische en financiële problemen te helpen regelen.
Zij kan informatie geven over:
- Vervoerregeling: mogelijkheden om je naar het dialysecentrum te verplaatsen (collectief vervoer, eigen vervoer, openbaar vervoer, vervoer door derden) en financiële tussenkomst van uw ziekenfonds.
- De financiële gevolgen van dialysebehandeling: informatie over de ziekenhuisfacturen, informatie over de uitkeringen van het ziekenfonds als gevolg van je arbeidsongeschiktheid.
- Huur en aankoop van materialen voor thuisopvang, bv. rolwagen.
- Sociale voorzieningen: tussenkomsten van ziekenfonds, tegemoetkomingen van het Ministerie van Sociale Zaken, verhoogde kinderbijslag, ziekengeld, sociale en fiscale voordelen, Vlaams Fonds.
Zij kan helpen bij ontslagregeling uit het ziekenhuis naar huis, een hersteloord, rusthuis.
Zij bemiddelt en werkt samen met interne en externe diensten: bv. diensten voor gezinszorg, thuisverpleging, sociale diensten van ziekenfondsen, OCMW, centra algemeen welzijnswerk ... Ook als dialysepatiënt kan je op vakantie gaan in binnen-en buitenland. Documentatie en informatie over centra en tussenkomsten van je ziekenfonds kunnen gegeven worden.
Zelfhulpgroepen, vereniging voor nierinsufficiënten:
Belgische federatie voor nierinsufficiënten (F.B.V.N.)
Mercatorpad 13
3000 Leuven
016 20 31 32
De vereniging geeft een driemaandelijks tijdschrift uit, HORIZON.
Alarmtekens
Bij chronische nierinsufficiëntie heb je meer kans om ziek te worden dan je leeftijdsgenoten. Hou daarom altijd rekening met volgende alarmsymptomen:
- Koorts
Koorts wijst meestal op een infectie. De oorzaken van koorts zijn heel verschillend en kunnen variëren van een milde aandoening zoals griep of keelontsteking tot een ernstige aandoening zoals een longontsteking of een bloedinfectie. Rapporteer altijd aan de verpleegkundige of nefroloog als je warm aanvoelt en te koud hebt, rillingen vertoont of vermoedt koorts te hebben. Als je je thuis ziek voelt en koorts hebt, contacteer altijd je huisarts of de dialyseafdeling of meld je op de spoedgevallen. Rapporteer eveneens andere symptomen, zoals kortademigheid, hoest, braken, diarree, en pijn bij het urineren.
- Bloeding van de fistel
Wanneer de fistel thuis begint te bloeden, druk je onmiddellijk het prikgaatje stevig af en hou je de arm omhoog. Gebruik liefst een steriel kompres. Je kan dit vragen aan de verpleegkundigen, zodat je dit altijd thuis in voorraad hebt. Verwittig steeds de dialyseafdeling. Wanneer de bloeding niet snel stopt, kom je dringend naar het ziekenhuis. Bij een zeer hevige bloeding moet je de arm hogerop afsnoeren (bv. met een knelverband, een broeksriem of een handdoek). Dit is maar zinvol wanneer de uitgeoefende druk hoger is dan de slagaderdruk, zoniet verergert de bloeding nog.
- Kortademigheid
Ernstige kortademigheid en niet meer kunnen platliggen is meestal het gevolg van te veel water in de longen. Op dit moment kan alleen een dringende dialyse je helpen. In dit geval moet je dringend naar het ziekenhuis komen.
- Spierzwakte
Als je plots geen spierkracht meer hebt in je benen en door je benen zakt, kan dit wijzen op een te hoog kaliumgehalte in het bloed. Alleen een dringende dialyse kan dit probleem oplossen. Kom in dit geval dus zonder aarzelen naar het ziekenhuis.
- Buikvliesontsteking
Wanneer je behandeld wordt met peritoneale dialyse en de uitloop van de dialysevloeistof is troebel, of je hebt koorts, buikpijn, braken of diarree, dan gaat het waarschijnlijk om een buikvliesontsteking. In dat geval moet je dringend contact opnemen met de nefroloog, de peritoneale dialyse verpleegkundige of de spoedgevallen.
Besluit
Je lijdt aan chronische nierinsufficiëntie en wordt hiervoor behandeld met hemodialyse of peritoneale dialyse. Een team van nefrologen,
verpleegkundigen, een diëtist en een maatschappelijk werkster staan tot je beschikking om je zo goed mogelijk te helpen. Maar je hebt zelf ook
een belangrijke verantwoordelijkheid ten aanzien van je gezondheidstoestand en kan deze mee helpen bevorderen door een aantal maatregelen.
- Zorg goed voor je toegangsweg, hij is zeer belangrijk.
- Volg de richtlijnen in verband met dieet en vochtinname.
- Neem je medicatie zoals voorgeschreven.
- Volg stipt de voorgeschreven behandelingsduur.
- Rapporteer problemen altijd aan de artsen of verpleegkundigen.
Met bijkomende vragen en problemen kan je altijd bij ons terecht.