Voorkeur
6g/24u (na oplaad 2g over 30 min) i.v. via continu infuus
Bij dragerschap met ESBL producerende of multiresistente gram negatieve bacterie
3 g over 24 uur (na oplaad 1g over 30 min) i.v.
Bij sterke klinische verdenking op typhlitis
piperacilline/tazobactam 16 g over 24 uur i.v. na oplaaddosis van 4000/500 mg
Bij vermoeden huid/weke delen infectie, katheter gerelateerde infectie of gedocumenteerde kolonisatie met MRSA, penicilline-resistente streptokokken of ampicilline-resistente enterokokken
Associeer
Zie formule. Spiegelbepaling na 24 uur. i.v.
Bij septische shock
6g/24u (na oplaad 2g over 30 min) i.v. via continu infuus + Zie formule. Steeds op geleide van TDM. | +/- 25mg/kg per 24u i.v. (*) |
Bij type I allergie voor penicilline
Zie formule. Steeds op geleide van TDM.
+
8 g over 24 uur i. v. na oplaaddosis van 2 g.
Opmerkingen
(*) Steeds op geleide van TDM.
Hoog risico neutropene patiënt = verwachte duur van neutropenie > 7 dagen
Duur antibiotica
Als kweken gekend zijn: switch empirische antibiotica therapie naar gerichte therapie en behandelduur volgens kiem/focus
Dagelijkse klinische evaluatie van de patiënt is noodzakelijk:
- Bij klinische deterioratie dient een herevaluatie te gebeuren met diagnostiek naar eventuele fungale, virale, andere bacteriële, … oorzaak adhv kweken, beeldvorming en bijkomen laboratoriumonderzoek. In dit geval ook escalatie van antibiotica te overwegen.
Breedspectrum antibiotica kan worden gestopt en profylaxe kan worden herstart als 1) patiënt hemodynamisch stabiel is én 2) tenminste 48u koortsvrij én 3) geen klinisch of microbiologisch gedocumenteerde infectie aanwezig is. Bij persisterende neutropenie: indien patiënt 72 uur koortsvrij is, klinisch stabiel en er geen klinisch, radiologisch of microbiologisch bewijs voor infectie is. Herstart bij deze patiënten de profylaxe.
Bij een klinisch of microbiologisch gedocumenteerde infectie is de duur afhankelijk van het micro-organisme en de focus.
Zie ook interne richtlijn "Neutropene koorts bij hemato-oncologische patiënten
Persisterende koorts
Overweeg andere oorzaken van koorts: drug-fever, tromboflebitis, tumorkoorts en resorptiekoorts van een groot hematoom.
Standaard
a. Doe standaard een CT thorax. Zo bovenste luchtwegklachten, overweeg laagdrempeling CT sinussen (uitsluiten invasieve fungale infectie), en eventueel CT abdomen (tyflitis) op klinische indicatie. Doe laagdrempeling BAL bij afwijkingen op CT thorax (met ook PJP, adenovirus, CMV, HHV-6, Aspergillus antigeen en toxoplasma). Bepaal Aspergillus antigeen, beta-D-glucan en Mucorgenius op bloed.
b. Neem dagelijks twee koppels hemoculturen
Na allogene stamceltransplantatie
| Gebeurtenis | Bepaling (PCR aanvragen)
|
| Persisterende koorts zonder focus | Polyoma/BK/JC-virus, HHV-6, adenovirus op EDTA-plasma en toxoplasmose op aparte EDTA-volbloed tube (indien nog niet bepaald in het kader van standaard monitoring) |
| Hemorragische cystitis | Polyoma/BK/JC-virus, CMV en adenovirus op urine Bepaal BK/JC-virus ook in plasma indien virale lading in urine > 108 kopies per ml |
| Colitis | Adenovirus op faeces (GI multiplex) CMV op stoelgang of colonbiopt Doe steeds colonbiopsie in geval van positieve CMV op stoelgang (indien stoelgang negatief is CMV uitgesloten) |
Vertraagde engraftment en/of interstitiële pneumonitis | HHV-6 op plasma Parvo B19 op plasma |
| Enteritis | Adenovirus op stoelgang en plasma |
| Hepatitis | Adenovirus, HBV, HCV, HSV, VZV, EBV, CMV, toxoplasma, HHV-6 en HEV op plasma (in functie van serologisch nazicht) |
| Retinitis of conjunctivitis | CMV, HSV en adenovirus op plasma en oogvocht |
| Vermoeden PML of acute verwardheid | Polyoma-virus op lumbaal vocht |
| Limbische encefalitis | HHV-6 op plasma en lumbaal vocht |
| Rash | Adenovirus, HHV-6, enterovirus, EBV, Parvo-B19 en/of vacricella op plasma. Respiratoire screening op nasopharyngeale + keelwisser (UTM-medium) GI multiplex op stoelgang |