Je verwijzende arts vroeg een longperfusiescintigrafie of een longventilatie- perfusiescintigrafie of een longscan bij je uit te voeren op de dienst Nucleaire Geneeskunde.
Het is belangrijk te weten dat dit onderzoek veilig en pijnloos verloopt.
Wat is een longscintigrafie?
De bedoeling van een perfusiescintigrafie is de doorbloeding van de longen in kaart te brengen. Er wordt daartoe een stof ingespoten in het bloed, die zich in de longen gaat vastzetten. Gebieden in de long die minder of geen bloed ontvangen, bijvoorbeeld omdat de toevoer wordt afgesneden door een klonter, zullen minder van de ingespoten stof opnemen. Omdat de stof een kleine hoeveelheid radioactiviteit draagt, kan ze binnen het lichaam worden opgespoord met een speciale camera, gevoelig voor de uitgezonden straling. Op die manier kunnen regio's met verminderde doorbloeding in beeld worden gebracht.
Afhankelijk van de vraag van de behandelende arts kan een bijkomend ventilatie-onderzoek uitgevoerd worden. Met dit onderzoek kan in beeld gebracht worden hoe de lucht door de longen stroomt. Dit gebeurt aan de hand van een licht radioactief gas, krypton, dat je inademt tijdens de opname met de camera. Dit deel van het onderzoek helpt de perfusiescintigrafie te interpreteren.
Waarom een longscintigrafie?
Perfusie of ventilatie-perfusiescintigrafie is vooral aangewezen om longembolen, klonters in de longcirculatie, op te sporen. Soms wordt perfusiescintigrafie ook gebruikt om vóór een longoperatie te controleren welke delen van de long veilig kunnen worden verwijderd.
Dat de dienst Nucleaire Geneeskunde deel uitmaakt van het Oncologisch Centrum hoeft je niet te verontrusten: veruit de meeste onderzoeken gebeuren voor goedaardige aandoeningen.
Verloop van het onderzoek
Voor een longscan hoef je niet nuchter te zijn.
De radioactieve stof wordt ingespoten in een ader in de arm terwijl u op een bed ligt. Tijdens de injectie wordt je verzocht een paar keer diep in en uit te ademen. Dit is nodig om de stof goed te verdelen over al het longweefsel. Nevenwerkingen van de inspuiting zijn zo goed als onbestaande.
Direct na de inspuiting word je op de cameratafel geïnstalleerd, waarna de opnamen starten.
Wanneer ook de ventilatie van de longen moet onderzocht worden, krijg je tijdens de opnamen een gas te ademen, via een mondmaskertje of mondstuk. Het gas is volkomen reukloos en ongevaarlijk.
Het onderzoek bestaat uit 2 opeenvolgende opnames die in totaal 20 tot 40 minuten duren.
Metalen voorwerpen storen de opnamen, vandaar dat we je vragen om halskettingen te verwijderen en metalen voorwerpen (munten, gsm!) uit je borstzakje te halen.
Elke opname kan meteen worden afgebroken mocht je onwel worden of het benauwd krijgen. Waarschuw de verpleegkundigen als je claustrofoob bent.
Voorzorgsmaatregelen stralingsbescherming
Ben ik dan radioactief?
Ja. De inspuiting maakt je licht radioactief. De radioactiviteit zal spontaan verdwijnen, deels omdat ze vanzelf vermindert, deels omdat de stof wordt uitgescheiden in de urine. Drink na het einde van het onderzoek voldoende water. Dat helpt om de rest radioactiviteit snel uit het lichaam te verwijderen.
Was je handen met zeep en spoel ze overvloedig met water telkens je naar het toilet bent geweest in de loop van de eerste 2 dagen na het onderzoek. Spoel dan ook het toilet 2 keer door. Gebruik afzonderlijke washandjes en handdoeken gedurende 2 dagen na het onderzoek.
Vermijd contact met zwangeren en baby's gedurende 2 dagen na het onderzoek.
Zwanger?
Als je mogelijk zwanger bent, dan moet je dit zeker melden. Afhankelijk van de dringendheid van het onderzoek en het stadium van de zwangerschap kan eventueel besloten worden om het onderzoek uit te stellen.
Borstvoeding?
Als je borstvoeding geeft en je ondergaat een longscintigrafie, dan wordt aangeraden de borstvoeding 6 u. te onderbreken. Omwille van het langdurige, nauwe contact tijdens de voedingsbeurten is het ook beter om de baby, gedurende 2 dagen, indien mogelijk, zoveel mogelijk door anderen te laten voeden.