De manier waarop onze spoeddienst uitrukt, evolueerde sterk in de loop der jaren. Wat ooit begon met een eenvoudige Volvo en een wegenatlas, is vandaag uitgegroeid tot een mobiele hightech zorgunit. Een blik op vroeger en nu.
Jaren ’70: bel de 100
In de jaren ’70 ging de mobiele interventie van het AZ Sint-Jan op pad met een bescheiden Volkswagen Kever en later een witte Volvo break. Met een wegenatlas op de schoot, een VHF-radio in aanslag en een oproep via het noodnummer 100, snelde het urgentieteam naar de patiënt. De arts aan boord was meestal een anesthesist, soms een arts in opleiding.
Hypermoderne voertuigen
Vandaag is alles anders – en beter. Onze voertuigen zijn hypermodern uitgerust om in elke situatie de juiste zorg te bieden, nog voor de patiënt het ziekenhuis bereikt. De klassieke witte kleur van vroeger heeft plaatsgemaakt voor opvallend geel met een groen reflecterend blokjespatroon (de zogenaamde Battenburg striping), waardoor we nog beter zichtbaar zijn op de weg.
Noodgeval? Bel de 112
Een oproep komt nu binnen via het Europese noodnummer 112 en gaat automatisch naar de interventie-gsm van de MUG-functie. Die is gekoppeld aan het gps-systeem van de wagen, waardoor verkeerd rijden vrijwel tot het verleden behoort.
Uitgerust voor levensreddende handelingen
Ook aan boord is het verschil groot. De wagen bevat onder andere een digitale communicatieradio (Astrid), een beademingstoestel, een echografietoestel en zelfs materiaal voor bloedtransfusies. Daarmee kunnen we al onderweg levensreddende handelingen uitvoeren.
Meer materiaal vraagt natuurlijk om meer ruimte. Daarom zijn onze interventiewagens vandaag groter en optimaal ingericht, zodat onze zorgverleners snel en efficiënt kunnen werken.