Je zorgverlener moet je alle informatie meedelen die nodig is om je gezondheidstoestand te begrijpen. Je krijgt daarbij een beeld van de mogelijke evolutie en advies over wat je best doet en laat.
Dit dient te gebeuren op kwalitatieve wijze en op jouw maat zodat je alles begrijpt. Hierbij wordt voldoende tijd voorzien en word je uitgenodigd om vragen te stellen.
In principe wordt informatie steeds mondeling gegeven, maar als je zorgverlener dit een meerwaarde vindt, of op jouw verzoek, wordt de informatie bijkomend schriftelijk gegeven.
Je kan ook vragen om de informatie (ook) aan je vertrouwenspersoon mee te delen.
Wanneer je bepaalde informatie niet wenst te ontvangen, bespreek je dit best met je zorgverlener Je zorgverlener dient deze wens te respecteren en te noteren in het patiëntendossier. Wanneer niet-informeren jouw gezondheid of die van anderen ernstig in gevaar zou brengen, zal je zorgverlener, na overleg met een collega, je toch informeren.
Je zorgverlener kan beslissen om bepaalde informatie tijdelijk, volledig of gedeeltelijk niet mee te delen als het meedelen van deze informatie jouw gezondheid ernstig zou schaden. Deze beslissing wordt altijd genomen in overleg met een collega en een motivering wordt toegevoegd aan je patiëntendossier. In dit geval wordt je vertrouwenspersoon ingelicht en je zorgverlener zal regelmatig nagaan of het ernstig nadeel nog aanwezig is en zal zodra dit niet meer het geval is de informatie alsnog geven.