De operatie
Nadat je je hebt opgefrist, brengt Iemand van de vervoersdienst je naar de operatiekamer. Je krijgt er speciale operatiekleding aan.
Familieopvang
Tijdens de ingreep, in afwachting van het beëindigen ervan, vragen we aan de familie om gewoon thuis te blijven. Je chirurg zal bij het beëindigen van de ingreep de contactpersoon opbellen en uitleg geven over de ingreep. Indien je familie op bezoek wenst te komen op de I-dienst, kan dit driemaal per dag. De bezoekuren vind je hier of in de brochure Intensieve Zorgen.
Op de I-dienst (4e verdieping, 40/I1 en 45/I2)
Na de operatie verblijf je initieel op de I-dienst (afdeling Postoperatieve Intensieve Zorgen). Deze bevindt zich op de vierde verdieping (40/I1 en 45/I2).
Als je wakker wordt na de operatie zal je aangesloten zijn op diverse machines en zullen er verschillende slangen aan je vastzitten. Het kan gebeuren dat je armen voorzichtig vastgemaakt zijn tot je rustig wakker bent.
Beademing
Direct na je operatie lig je aan de beademing. Je hebt een buis in je keel die verbonden is met een ventilator. Die helpt je je longen te ontplooien en zorgt dat je voldoende zuurstof krijgt. Zodra je weer zelfstandig kunt ademen, zal je losgekoppeld worden van deze machine, vaak is dit enkele uren na je operatie. Probeer te ontspannen en rustig te ademen als je aan de beademing ligt, dan heb je daar de minste last van.
Maagsonde
Je hebt een slangetje in je neus dat tot in je maag loopt (de maagsonde). Dit zorgt ervoor dat de inhoud van je maag tijdens en na de operatie kan afvloeien. In principe is deze sonde verwijderd voordat je op de verpleegafdeling terugkomt.
Drains
Er zullen slangen (drains) zitten vlakbij de operatiewond waardoor wondvocht afgevoerd wordt. Ze worden verwijderd voordat je naar de verpleegafdeling gaat.
Urinekatheter
Er zal een slangetje in je blaas zitten waardoor je urine wegvloeit (de urinekatheter). Dit slangetje wordt tijdens de operatie ingebracht en wordt in principe enkele dagen na de operatie verwijderd.
Infuus in de hals
Tijdens de operatie en op de intensieve zorgen heb je een infuus in je halsader waardoor medicijnen gegeven kunnen worden. Het infuus verwijderen gebeurt ofwel op de I-dienst ofwel als je terug bent op de verpleegafdeling.
Infuus in de arm
je hebt ook een infuus in je arm. Hierdoor krijg je de eerste dag na de operatie vloeistof binnen en kunnen medicijnen gegeven worden.
Pacemakerdraden
Indien je geopereerd bent aan je hartklep laten de hartchirurgen pacemakerdraden (metalen draadjes) achter die verbonden zijn met je hart. Deze draden zitten er preventief: indien je hartritme of hartslag ontregeld raakt, kan er eenvoudig een pacemaker op aangesloten worden. Deze pacemaker ondersteunt dan tijdelijk je hartfunctie en zorgt voor een normaal hartritme.
Terwijl je aan het herstellen bent en je conditie verbetert, zullen steeds meer slangetjes verwijderd worden. Elke dag merk je hoe je lichaam zich herstelt en zal je je sterker gaan voelen. Pas als de toestand stabiel wordt geacht, ga je terug naar verpleegafdeling 80/D5. Deze verpleegafdeling is gespecialiseerd in de zorg voor patiënten die een hartoperatie hebben ondergaan.