Back to top

Symptomen

De symptomen en gevolgen van scheelzien kunnen verschillen per leeftijdscategorie:

Congenitaal scheelzien

Vrij snel na de geboorte is hier al scheelzien. Meestal gaat het om een vrij grote hoek van scheelzien. Een volledig oftalmologisch onderzoek is nodig om te weten of er geen afwijking in het oog aanwezig is. Deze kinderen kunnen vanaf de leeftijd van 10 maanden al geopereerd worden.

Infantiel scheelzien

Rond de leeftijd van 2 à 3 jaar gaat het kind scheelzien. Onderliggende oorzaak is vaak verziendheid (hypermetropie). Kinderen die hypermetroop zijn, zien niet scherp als ze geen inspanning doen om de lens op te spannen (accommoderen). Als ze willen scherp zien, moeten ze accommoderen. De ogen hebben daardoor een accommodatie-convergentiereflex: wanneer het kind accommodeert, gaan de oogjes automatisch naar binnen staan. Dit heet esotropie – scheelzien naar binnen of accommodatief scheelzien. Een kind heeft de mogelijkheid om tot + 10 dioptrie te accommoderen. Hoe ouder men wordt, hoe slechter deze accommodatiecapaciteit wordt, dus een kind met bijvoorbeeld een hypermetropie van + 6 dioptrie kan scherp zien door zijn lens op te spannen, waardoor het oog tegelijkertijd zal scheelzien naar binnen.

Verlamde oogspier

Iemand kan op latere leeftijd scheel gaan kijken door verlamming. De spieren rond het oog worden bezenuwd door verschillende hersenzenuwen. Wanneer iemand bijvoorbeeld een bloeding, infarct of hersentumor heeft, kunnen die zenuwen beschadigd worden. Daardoor kan een of meer oogspieren verlamd raken, waardoor het oog gaat scheelzien.

Aangetaste oogspier

Een oogspier kan ook op elke leeftijd aangetast worden. Dat kan het gevolg zijn van een spierziekte (zoals myasthenia gravis), door een ontsteking (myositis) of door littekenweefsel. In dit laatste geval spreekt men van restrictief spierlijden (zoals bij Graves’ oftalmopathie).

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 22 februari 2017