Back to top

Behandelingen

Eierstokkanker behandelen gebeurt doorgaans met een operatie en chemotherapie.

Operatie

De operatieve ingreep bestaat meestal uit het verwijderen van de baarmoeder (hysterectomie), eileiders, eierstokken (adnexectomie) met de cysteuze massa’s, de klieren in het bekken, de vet- of buikschort (omentum), biopten van het buikslijmvlies en hogerop in de buik (pelviene en para-aortale lymfeklierdissectie) en ook alle tumor. Dit heet primaire en interval-debulking en gebeurt via een buikinsnede.

Indien er geen vocht aanwezig is in de buik, wordt de buik gespoeld met vocht om onder de microscoop nadien te onderzoeken of er cellen losgekomen zijn. Het succes van de operatieve ingreep is afhankelijk van het feit of alle tumor in de buik verwijderd kan worden. Als een tumor terugkeert (recidiverend carcinoom) worden de geïsoleerde recidieven verwijderd (debulking).

Darmchirurgie

Bij een kleine groep patiënten is het soms nodig ook een stuk darm te verwijderen (resecties, colostomie, reanastomosen) om tot een succesvolle operatieve ingreep te komen. Bij darmchirurgie werken wij samen met darmchirurgen.

Chemotherapie

Bij sommige patiënten is een succesvolle operatie niet mogelijk. Dan wordt soms eerst gekozen voor chemotherapie, vooraleer een operatieve ingreep wordt uitgevoerd. Bij een grote groep patiënten die eerst een operatieve ingreep heeft gehad, wordt de behandeling verdergezet met chemotherapie. Zo wordt het risico op recidief verkleind.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 22 februari 2017