Back to top

Behandelingen

Borstkanker behandelen gebeurt doorgaans met een operatie, bestraling, medicijnen en/of hormoontherapie:

Operatie

De meerderheid van de borstkankers wordt in eerste instantie behandeld met een operatie, waarbij de tumor wordt verwijderd. Daarbij kan gekozen worden voor een borstsparende operatie (tumorectomie/segmentectomie), een borstamputatie (mastectomie) of een okselklieroperatie. Dit is vooral afhankelijk van de grootte van de tumor. Bij een borstsparende operatie wordt een soort boogvormige insnede gemaakt volgens de huidlijnen op de borst over de plaats waar de tumor zich bevindt. De tumor en het normale weefsel eromheen worden dan verwijderd. Bij een borstamputatie wordt een ellipsvormige insnede gemaakt over de borst. Met een soort buikflap (plastische chirurgie) kan na een borstamputatie een borstreconstructie worden uitgevoerd.

Schildwachtprocedure

Vaak wordt gebruikgemaakt van de schildwachtklierprocedure om op te sporen welke okselklieren de eerste lymfedrainagestations zijn van de borst. Aan deze techniek komen een radioactieve stof en een blauwe kleurstof te pas. Als er klinisch vergrote klieren aanwezig zijn, wordt vaak overwogen om een okselklierdissectie uit te voeren. 

Nabehandeling

De verdere nabehandeling kan bestaan uit bestraling (radiotherapie), medicijnen (chemotherapie), en/of (anti-)hormoontherapie. Dit is afhankelijk van de grootte van de tumor, de aanwezigheid van kankercellen in de okselklieren, het stadium van de tumor en de aanwezigheid van hormoonreceptoren op de kankercellen. In vergevorderde gevallen wordt er meestal voor gekozen om eerst te beginnen met medicijnen (chemotherapie).

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 22 februari 2017