Back to top

Vertegenwoordiging van de patiënt

Algemeen beschouwd zijn patiëntrechten persoonlijkheidsrechten die door de betrokken patiënt zelf uitgeoefend moeten worden indien hij/zij daartoe de bekwaamheid bezit. De vraag rijst wie de rechten van de patiënt uitoefent indien deze laatste nog niet (minderjarigen) of niet meer (bijvoorbeeld dementerende patiënten) bekwaam is. In het geval van een minderjarige patiënt worden zijn/haar rechten uitgeoefend door de ouders die het gezag over de minderjarige uitoefenen of door de voogd indien de minderjarige geen ouders heeft die het gezag over hem/haar kunnen uitoefenen. De minderjarige patiënt mag niet volledig buitenspel worden gezet. Afhankelijk van zijn/haar leeftijd en graad van ontwikkeling dient de patiënt betrokken te worden bij de uitoefening van de rechten. Zo is het mogelijk dat de beroepsbeoefenaar vaststelt dat de minderjarige, ondanks zijn/haar juridisch volledige handelingsonbekwaamheid toch bekwaam is om zelf zijn/haar rechten inzake gezondheid uit te oefenen en dus zonder tussenkomst van zijn/haar ouders of voogd.

De rechten van de meerderjarige handelingsonbekwame patiënt (statuut van verlengde minderjarigheid of onbekwaamheidsverklaring) worden uitgeoefend door de ouders, die het gezag over de verlengd minderjarige uitoefenen, of door de voogd. Ook deze patiënten dienen zoveel mogelijk bij de uitoefening van de rechten te worden betrokken, in verhouding tot hun begripsvermogen.

De rechten van een meerderjarige patiënt, die niet valt onder een van bovenvermelde statuten, worden uitgeoefend door een persoon die door de patiënt voorafgaandelijk is aangewezen om in zijn/haar plaats op te treden (de door de patiënt benoemde vertegenwoordiger) indien en zolang als hij/zij niet in staat is deze rechten zelf uit te oefenen, hetgeen beoordeeld wordt door de beroepsbeoefenaar. In tegenstelling tot de vertrouwenspersoon betreft het hier niet een persoon die de patiënt bijstaat bij de uitoefening van zijn rechten maar wel een persoon die de rechten van de patiënt uitoefent.

Voor de aanduiding van de vertegenwoordiger wordt een formele procedure voorzien, namelijk aanwijzing bij gedagtekend en door de patiënt en de vertegenwoordiger ondertekend schriftelijk mandaat. Herroeping van het mandaat door de patiënt of door de door hem/haar benoemde vertegenwoordiger is mogelijk als dit via een gedagtekend en ondertekend geschrift gebeurt. Indien de patiënt zelf geen vertegenwoordiger aanwijst, treedt een naaste verwant van de patiënt op als zijn/haar vertegenwoordiger (de informele vertegenwoordiger, zijnde: de samenwonende echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of feitelijk samenwonende partner). Wanneer de persoon die als informele vertegenwoordiger in aanmerking komt dit niet wenst te doen of ontbreekt, dan worden de rechten in dalende volgorde uitgeoefend door een meerderjarig kind, een ouder, een meerderjarige broer of zus. Ontbreken of wensen ook deze personen dit niet te doen of is er een conflict tussen de betrokkenen, dan behartigt de beroepsbeoefenaar de belangen van de patiënt, hetgeen kan betekenen dat deze een behandeling zonder toestemming van de patiënt of een vertegenwoordiger toedient.

Er wordt uitdrukkelijk voorzien dat er multidisciplinair moet worden overlegd. Ook hier dient de patiënt zoveel als mogelijk en in verhouding met zijn/haar begripsvermogen betrokken te worden bij de uitoefening van zijn/haar rechten (bijvoorbeeld in welbepaalde heldere momenten).

De bedoelde vertegenwoordigers zijn bevoegd om alle rechten van de patiënt uit te oefenen. Zo heeft de vertegenwoordiger namens de patiënt in principe rechtstreeks inzage in het gehele dossier van de patiënt. Niettemin heeft de beroepsbeoefenaar de mogelijkheid om met het oog op de bescherming van de intimiteit en de privacy van de patiënt geheel of gedeeltelijk niet in te gaan op het verzoek van een vertegenwoordiger om inzage in of een afschrift van het dossier van de patiënt te krijgen, behalve wanneer de vertegenwoordiger een beroepsbeoefenaar heeft aangeduid om inzage te nemen of een afschrift te bekomen. Er moet vanuit gegaan worden dat iedere vertegenwoordiger, bij het nemen van beslissingen omtrent de medische behandeling van de wilsonbekwame, zich laat leiden door wat de patiënt zou hebben gewild. Kan deze wil niet achterhaald worden, dan moet men ervanuit gaan dat de patiënt datgene zou hebben gewild dat het meest in zijn/haar belang is. Wanneer de beroepsbeoefenaar meent dat de beslissing van de vertegenwoordiger van de patiënt niet in het belang is van de patiënt, omdat ze een bedreiging vormt voor zijn/haar gezondheid, kan deze na multidisciplinair overleg afwijken van de beslissing die genomen werd door een wettelijke vertegenwoordiger of een informele vertegenwoordiger. Wanneer een door de patiënt benoemde vertegenwoordiger een beslissing neemt die klaarblijkelijk niet in het belang is van de patiënt, dan wijkt de beroepsbeoefenaar daarvan slechts af in de mate dat deze vertegenwoordiger zich niet kan beroepen op een uitdrukkelijke wilsverklaring van de patiënt in verband met deze beslissing. Een voorafgaandelijk opgestelde schriftelijke weigering (zie art 8 § 4, tweede lid) moet worden gerespecteerd los van de vraag of er een vertegenwoordiger is, onafhankelijk van de categorie waartoe deze vertegenwoordiger behoort.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 13 januari 2017