Back to top

Recht op klachtenbemiddeling

Artikel 11 §1 bepaalt dat de patiënt het recht heeft klacht neer te leggen bij de bevoegde ombudsfunctie in verband met de uitoefening van zijn/haar rechten zoals omschreven in dit wetsontwerp. Op die manier wordt aan de patiënt de garantie geboden dat zijn/haar klacht naar aanleiding van een tussenkomst van een beroepsbeoefenaar wordt opgevangen en dat daaromtrent bemiddelend wordt opgetreden door een ombudsfunctie. We stellen immers vast dat een patiënt vaak niet weet aan wie hij zijn/haar probleem dient voor te leggen en bijgevolg ook geen enkele actie onderneemt. Een patiënt die wel actie onderneemt, krijgt dikwijls weinig gehoor. Gerechtelijke procedures slepen bovendien lang aan, zijn kostelijk, gaan gepaard met een moeilijke bewijsvoering en zijn zelden probleemoplossend.

De ombudsfunctie krijgt vijf opdrachten toegekend:

  • Voorkomen van vragen en klachten door de bevordering van de communicatie tussen de patiënt en de beroepsbeoefenaar. De ombudsfunctie zal bij iedere uiting van ongenoegen vanwege een patiënt deze ertoe aansporen om met de betrokken beroepsbeoefenaar contact op te nemen. Dit is echter niet verplichtend.
  • Bemiddelen omtrent de klachten zoals bedoeld in art. 11 §1 om een oplossing te bereiken. Deze oplossing vertoont weliswaar geen bindend karakter.
  • Wanneer geen oplossing wordt bereikt, dient de ombudsfunctie de patiënt in te lichten inzake de verdere mogelijkheden tot afhandeling van zijn/haar klacht.
  • De ombudsfunctie dient informatie te verstrekken over de eigen organisatie, de werking en de procedureregels.
  • De ombudsfunctie dient ten slotte aanbevelingen te formuleren om de herhaling van de tekortkomingen die aanleiding gaven tot de klachten te voorkomen.

Om de onafhankelijke werking van de ombudsfunctie te kunnen garanderen en haar aanvaardbaar te maken voor enerzijds de beroepsbeoefenaars en anderzijds de patiënten (die het nut van een beroep op een ombudsfunctie maar zullen inzien indien ze de indruk hebben dat de ombudsfunctie onafhankelijk optreedt) moeten de voorwaarden voor haar onafhankelijke werking geregeld worden door de Koning bij een in ministerraad overlegd KB.

Er wordt bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu een Federale commissie voor de Rechten van de Patiënt opgericht. Het is de bedoeling dat deze commissie de voorziene rechten van de patiënt voortdurend evalueert en eventueel aanpast.
De commissie heeft onder meer tot taak om klachten te behandelen inzake de werking van een ombudsfunctie. Ze vormt een soort aanspreekpunt voor de ombudsfuncties en tegelijkertijd kan zij ook klachten behandelen over de werking ervan. De commissie is evenwel geen beroepsinstantie in verband met individuele klachten die aan die ombudsfunctie worden voorgelegd.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 13 januari 2017