Back to top

Recht op informatie over de gezondheidstoestand

De patiënt heeft het recht om die informatie te ontvangen waardoor hij/zij een inzicht krijgt in zijn/haar gezondheidstoestand en de vermoedelijke evolutie ervan (art. 7 §1). Dit recht bestaat op zichzelf, zonder dat er sprake hoeft te zijn van een voorgenomen behandeling. De patiënt heeft enkel recht op informatie met betrekking tot hemzelf/haarzelf. De wijze van informatieverstrekking dient aangepast te worden aan de individuele patiënt. Dit betekent dat de communicatie met de patiënt moet gebeuren in een voor hem/haar duidelijke en verstaanbare taal. De informatie wordt in principe mondeling verschaft maar kan op verzoek van de patiënt, na eerst mondeling te zijn verstrekt, schriftelijk worden bevestigd door de beroepsbeoefenaar.

De patiënt kan ervoor kiezen dat de informatie eveneens aan een vertrouwenspersoon wordt meegedeeld, bijvoorbeeld wanneer hij/zij zich in een palliatieve fase bevindt of in het geval van een chronische patiënt die een andere chronische patiënt, bijvoorbeeld een lid van een zelfhulpgroep met jarenlange ervaring, aanwijst als vertrouwenspersoon. Het is niet noodzakelijk een bepaalde procedure te volgen voor de aanduiding van de vertrouwenspersoon, zoals het geven van een mandaat. Tussen de patiënt en de vertrouwenspersoon ontstaat een stilzwijgende overeenkomst die te goeder trouw uitgevoerd moet worden. Tussen de beroepsbeoefenaar en de vertrouwenspersoon ontstaat er geen rechtsverhouding en alle rechten van de patiënt worden door de patiënt zelf uitgeoefend.

Het recht van de patiënt om niet te weten heeft algemene erkenning gekregen en bijgevolg kan deze er uitdrukkelijk om verzoeken om niet op de hoogte gebracht te worden van zijn/haar gezondheidstoestand. Om achteraf discussies te voorkomen, wordt het verzoek van de patiënt opgetekend in of toegevoegd aan het patiëntendossier. Ondanks de uitdrukkelijke wens van de patiënt om niet te worden geïnformeerd, kan de beroepsbeoefenaar de patiënt toch informeren over zijn/haar gezondheidstoestand, nadat de beroepsbeoefenaar hierover een andere beroepsbeoefenaar heeft geraadpleegd. Een patiënt die bijvoorbeeld lijdt aan een besmettelijke aandoening, maar daar zelf niet van op de hoogte is, kan daardoor de gezondheid van zichzelf en derden ernstig in gevaar brengen. Het afwegen van gezondheidsbelangen door de beroepsbeoefenaar moet in ruime zin begrepen worden (fysiek, psychisch en sociaal welzijn). Ook wanneer de gezondheidstoestand van de patiënt ronduit negatief is, geldt het recht van de patiënt op informatie. Uitzonderlijk moet informatie over de gezondheidstoestand en de prognose niet worden meegedeeld (therapeutische exceptie). Deze therapeutische exceptie kan een tijdelijk aspect hebben: van het ogenblik dat het gevreesde nadeel is opgeheven moet de beroepsbeoefenaar de gevoelige informatie toch meedelen.        

Er moet aan een aantal voorwaarden voldaan worden opdat de beroepsbeoefenaar informatie aan de patiënt mag onthouden:

  • Het meedelen van de informatie zal klaarblijkelijk ernstig nadeel voor de gezondheid van de patiënt met zich meebrengen;
  • De beroepsbeoefenaar heeft een andere beroepsbeoefenaar geraadpleegd;
  • De beroepsbeoefenaar voegt een schriftelijke motivering toe aan het patiëntendossier en licht de vertrouwenspersoon in, indien die werd aangewezen.
De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 13 januari 2017