Back to top

Antitrombine

Basic data

Activiteitencentrum Sint-Jan
Database Stolling en hemostase
Groep Trombofilie (tromboseneiging)
Code 13130
Verzending Nee

Detail data

Lichaamsmateriaal voorkeur Plasma
Recipient voorkeur Citraat
Mininum vereiste volume 1 ml bloed
Analysevolume 250 µl plasma
Speciale afname condities De tube moet voldoende gevuld zijn (>90%), zodat de verhouding citraat en bloed gerespecteerd wordt. Tube direct na afname voorzichtig opmengen.
Bewaarcondities en voorbehandeling kamertemperatuur indien bepaling binnen de 4 uur wordt uitgevoerd, 3 maand op -80°C. Centrifugeer het staal voor invriezen zodat het bloedplaatjesaantal <50.000/µL bedraagt (of <10.000/µL indien ook lupus anticoagulans is aangevraagd). In ons labo wordt hiervoor een dubbel centrifugatieprotocol van
eerst 8 min aan 1900g gevolgd door 10 min aan 1600g gebruikt.
Acceptatiecriteria staalontvangst
  • periode bloedafname - staalontvangst <3 uur
  • patiëntenlabel aanwezig
  • in recipiënt zoals aangegeven in de labogids
Acceptatiecriteria bijaanvraag
  • <3 uur indien bewaard op KT° of frigo
  • tot 3 maand in functie van beschikbaarheid van staal indien ingevroren
Transport voorwaarden Staal zo snel mogelijk naar het labo brengen: labiele parameter!
Analyse frequentie 2-wekelijks
Antwoordtijd 3 weken
24/24uur neen
Verantwoordelijk klinisch bioloog dr. Jan Emmerechts
Uitvoerende laboratoriumdienst/afdeling Dienst Laboratoriumgeneeskunde; Operationele Eenheid Core Lab; Werkpost Stolling
Techniek/methode Automatische (optische) meting
Mogelijke interferenties Het resultaat kan overschat worden door interferentie door FXa-inhibitoren (DOAC: apixaban, edoxaban, rivaroxaban). Gelieve de therapie te onderbreken alvorens de test aan te vragen.

Lipemische, icterische en hemolytische stalen kunnen onbetrouwbare resultaten geven bij het optisch aflezen van de stollingstijd.

Toestel ACL TOP (Instrumentation Laboratory)
Eenheid of kwalitatief %
Referentie waarden <1 dag: 39-87

<5 dagen: 41-93

<30 dagen: 48-108

<90 dagen: 73-121

< 180 dagen: 84-124

>180 dagen: 70-130

Volwassenen: 70-130

Bron: Pediatrie: Blood 1987 (70):165-172. Volwassenen: bijsluiter firma IL en validatierapport AZ Sint-Jan
Interpretatie Bij patiënten met een aangeboren AT deficiëntie betreft het meestal een heterozygote null mutatie, met plasma AT activiteit tussen 30 en 60%. Verworven AT tekort komt voor bij actieve trombose (DIC), leveraandoeningen, nefrotisch syndroom en bij het gebruik van heparine. Ook het gebruik van orale contraceptiva kan leiden tot een verminderd AT gehalte. Neonati vertonen lagere waarden dan volwassenen.
Aangezien AT een labiel proteïne is kunnen verlaagde waarden ook wijzen op een verminderde staalkwaliteit (oud staal).
Congenitale AT derficiëntie komt voor bij 0,02-0,04% van de algemene bevolking en bij 1-2% van de patiënten met een eerste manifestatie van VTE. Het relatieve risico voor VTE is 15 tot 20 keer groter in vergelijking met personen zonder AT deficiëntie (Bron: BJH 2010;149:824-833).
Deelname EKE UK NEQAS
Accreditatie Nee
Aanvraagformulier AFAZFAB00008 Aanvraagbrief voor speciale stolling en laboratoriumtesten met speciale afnamecondities
Diagnoseregel D20; RIZIV terugbetaling enkel bij patiënten van minder dan 55 jaar met een trombotisch proces, bij patiënten met een familiale anamnese van recidiverende trombosen of in geval van diffuse invtravasale stolling.
RIZIV nr 554094/554105
B-waarde 200
Zoektermen antithrombine
Versiedatum 21/06/2022