Basic data
Activiteitencentrum | Sint-Jan |
Database | Moleculaire microbiologie |
Groep | Parasitaire DNA detectie |
Code | 55041 |
Verzending | Nee |
Detail data
Lichaamsmateriaal voorkeur | Lumbaal vocht, amnionvocht, EDTA-volbloed |
Lichaamsmateriaal toegelaten | Beenmerg (EDTA-tube), UTM-swabs, navelstrengbloed, voorkamer- en vitreumvocht (NOOIT HEPARINE) |
Mininum vereiste volume | 1 mL indien lumbaal vocht; 2 mL indien amnionvocht; 550 µL indien EDTA-volbloed |
Analysevolume | 1000 µL indien lumbaal vocht en amnionvocht; 350 µL indien EDTA-volbloed of oogvocht |
Bewaarcondities en voorbehandeling | Amnionvocht en lumbaal vocht: 24 uur bij kamertemperatuur, bijkomend 24 uur bij 2-8°C , langer bij < -18°C, geen voorbehandeling noodzakelijk EDTA vol bloed: 24 uur bij kamertemperatuur, indien langer: 2-8°C tot het tijdstip van analyse. Geen voorbehandeling noodzakelijk |
Acceptatiecriteria staalontvangst | Correct en onbeschadigd recipiënt met duidelijke identificatiegegevens. |
Acceptatiecriteria bijaanvraag | Indien het monster een correcte pre-analytische fase doorliep en veilig bewaard zit (zie bewaarcondities), is dit toegelaten. |
Analyse frequentie | minimaal 1x/week, muv CSV, oogvocht en vruchtwater dagelijks |
Antwoordtijd | 24 uur tot 7 dagen (ifv staaltype) |
24/24uur | Neen |
Antwoordtijd indien dringend | 12 uur |
Verantwoordelijk klinisch bioloog | dr. Marijke Reynders |
Uitvoerende laboratoriumdienst/afdeling | Dienst Laboratoriumgeneeskunde; Operationele Eenheid Moleculaire Biologie; werkpost Moleculaire Biologie-Microbiologie |
Techniek/methode | Automatische extractie van parasitair DNA op QiaSymphony (na spiken van staal met interne extractie- en amplificatie-controle, Seal Herpes Virus-1). Vervolgens home-made multiplex real-time PCR met amplificatie van target-DNA (het 35-repeat B1-gen en de AF146527 sequentie, een fragment dat 200 tot 300 maal herhaald wordt in het genoom) en DNA van SHV1. |
Mogelijke interferenties | Geen kruisreactie werd vastgesteld op basis van de BLAST analyse, noch tijdens amplificatie in de aanwezigheid van 10 andere micro-organismen (adenovirus, CMV, EBV, VZV, HSV1-2, polyomavirus JC & BK, N.meningitidis, S.pneumoniae). De aanwezigheid van CMV, EBV en adenovirus hebben geen invloed op de amplificatie-efficientie van T. gondii. Deze amplificatiemethode wordt beschouwd als een methode met een zeer hoge specificiteit. |
Toestel | AB7500 |
Eenheid of kwalitatief | Kwalitatief |
Referentie waarden | Afwezige detectie van parasitair DNA |
Interpretatie | T. gondii correct gedetecteerd in zowel amnionvocht, lumbaalvocht als in vol bloed met een concentratie van 3,7 Tg/ml voor het ToxoAF gen en 37 Tg/ml voor het Toxo B1 gen. De verschillende matrixen hebben geen invloed op de gevoeligheid van de methode. |
Deelname EKE | QCMD |
Accreditatie | Ja, ISO 15189:2012 (379-MED) |
Aanvraagformulier | AFAZFAB00007 Infectieuze serologie, moleculaire microbiologie en antivirale middelen |
Cumulregel | Zie diagnoseregels |
Diagnoseregel | 1° Diagnose van cerebrale toxoplasmose bij immuungecompromiteerde patiënten met een positieve serologie voor IgG en met klinische en radiografische tekenen wijzend op een cerebrale toxoplasmose, TOXPC1. Maximum 1 bepaling per episode. 2° Prenatale diagnose van congenitale toxoplasmose op amniosvocht. De volgende groepen van patiënten komen in aanmerking : a) Patiënten met seroconversie voor toxoplasma gondii tijdens de zwangerschap, TOXPC2 (negatieve IgG bij eerste raadpleging, positief worden van IgG bij een daaropvolgende bloedafname). De seroconversie moet steeds bevestigd worden op een tweede serummonster. b) Patiënten met een serologisch profiel bij het begin van de zwangerschap waarvan niet met zekerheid kan worden uitgemaakt of de infectie vóór of na de conceptie optrad, TOXPC3. Hiervoor moeten minstens 2 serummonsters worden onderzocht met een tijdsinterval van minstens 3 weken. Maximum 1 bepaling per episode. 3° Oppuntstelling van een mors in utero, hydrocefalie, intracerebrale calcificatie, TOXPC4. Maximum 1 bepaling per episode. 4° Diagnostiek van oculaire toxoplasmose, TOXPC5. Patiënten met positieve serologie voor IgG en indien de oogfundus een toxoplasma chorioretinitis suggereert. Maximum 1 bepaling per episode |
RIZIV nr | 556850-556861 |
B-waarde | B2000 |
Versiedatum | 13/12/2022 |