Back to top

Verklarende woordenlijst

Adenocarcinoom: kanker die zich ontwikkelt uit klierweefsel.

Adjuvant: aanvullend, bijkomend.

Adjuvante behandeling: aanvullende behandeling na een operatieve wegname van de tumor om eventueel losse tumorcellen te doden.

Amputatie: wegname van een lichaamsdeel.

Anemie: bloedarmoede, gebrek aan rode bloedcellen.

Anti-oestrogenen: geneesmiddelen die de groei van de tumorcellen remmen onder invloed van lichaamseigen oestrogenen.

Aromatase-inhibitoren: geneesmiddelen die de groei van tumorcellen remmen door de omzetting van androgenen in oestrogenen te beletten.

Autoloog: van eigen weefsel.

Benigne: goedaardig.

Biopsie: afname van een weefselstaal voor microscopisch onderzoek om een diagnose te stellen.

Borstreconstructie: operatief vervangen van de weggenomen borst door middel van lichaamseigen weefsel of een prothese.

Botscan: onderzoek waarbij er opname van de beenderen wordt gemaakt.

Chemotherapie: behandeling met geneesmiddelen tegen kanker.

Chirurgie: heelkunde of operatie

Cytostatica: middelen toegepast bij kanker

Ductuli: melkgangen / melkkanalen

Genetisch onderzoek: onderzoek naar mogelijke erfelijke afwijkingen die een rol spelen bij het ontstaan van bepaalde ziektes zoals borstkanker.

Gynaecologisch onderzoek: onderzoek van de vrouwelijke geslachtsorganen door de gynaecoloog.

Her2Neu: dit is een eiwit (receptor) die een groeifactor kan opvangen en de tumorcel stimuleert om te groeien.

Hormoon: een chemische stof die gevormd wordt in het lichaam en via het bloed de verschillende functies van de lichaamscellen beïnvloedt.

Hormoonremmende therapie: behandeling die ervoor zorgt dat de hormoongevoelige cellen niet de hormonen krijgen die ze nodig hebben om te groeien.

Informed Consent: uitleg over een onderzoek of behandeling of klinische studie waarvoor u toestemming moet geven.

Intraveneuze toediening: toediening van een geneesmiddel via de bloedvaten.

Kanker: aanwezigheid van kwaadaardige cellen die ongecontroleerd of ongeremd delen en groeien.
Deze cellen kunnen zich verspreiden via de bloedbaan en/of lymfekanalen naar andere delen van het lichaam.

Klinische studie: studie waarin nieuwe geneesmiddelen worden beoordeeld en getest voor een behandeling.

Lipofilling of transplantatie van eigen vet: is een techniek binnen de plastische chirurgie waarbij vetweefsel van je lichaam (bv de buik) wordt geïnjecteerd op een andere plaats in het lichaam, bv de borst.

Lobuli: melkklieren

Maligne: kwaadaardig.

Mastectomie: borstamputatie of wegname van de borst.

Metastase: kwaadaardige gezwellen die op een andere plaats optreden dan de oorspronkelijke plaats van het eerste (primaire) gezwel.

MRI: Magnetic Resonance Imaging, dit is een onderzoek waarbij een magneet gekoppeld aan een computer wordt gebruikt om opnamen van het lichaam te maken.

Neo-adjuvant: vooraf toegediend.

Neo-adjuvante chemotherapie: chemotherapie die voor een andere behandeling wordt gegeven, bv. voor de operatie.

Oedeem: vochtophoping

Oestrogeen: vrouwelijk geslachtshormoon

Oncologie: tak van de geneeskunde die patiënten met kanker behandelt.

Oncoloog: geneesheer-specialist in de oncologie.

Ontsteking: reactie met roodheid, warmte, zwelling en pijn als typische, zeer lokale kenmerken.

Patholoog: arts die diagnoses stelt door cellen en weefsels onder een microscoop te bestuderen.

Poortkatheter of port-à-cath: een katheter met een reservoir die ingeplant wordt in een grote ader onder het sleutelbeen, die het toedienen van de chemotherapie en het afnemen van bloed gemakkelijker maakt.

Primaire borstreconstructie: is de term voor het onmiddellijk reconstrueren van de borst op het ogenblik van de amputatie van de borst.

Prognose: waarschijnlijk verloop van een ziekte

Radiotherapeut: geneesheer-specialist in de radiotherapie of bestraling

Radiotherapie: deze behandeling gebruikt stralen om kankercellen te beschadigen of in hun ontwikkeling te stoppen of te doden (enkel radiotherapie).

Receptor: eiwit dat de cel stimuleert of remt bij prikkeling door een bepaalde stof.

Secundaire of laattijdige borstreconstructie: benaming voor een borstreconstructie in een latere fase na een eerdere amputatie van de borst. Dit gebeurt meestal 6-12 maanden na amputatie van de borst.

SISH: Silver In Situ Hybridisatie test, dit is een methode om overexpressie van Her2Neu te meten.

Staging: onderzoeken om te bepalen in welk stadium de kanker zich bevindt.

Vrije DIEP-flap: autologe borstreconstructie waarbij weefsel van de buikwand gebruikt wordt.

Vrije SGAP-flap: autologe borstreconstructie waarbij weefsel ui de gluteale streek (bips) gebuikt wordt.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 6 maart 2019