Back to top

Chemotherapie

Abnormale cellen in een tumor delen zich op een ongecontroleerde wijze en verlaten via de bloedbaan hun oorspronkelijke locatie om zich eventueel te nestelen in andere organen van het lichaam. Chemotherapie houdt deze ongecontroleerde celdeling in het lichaam tegen met geneesmiddelen, ook wel cytostatica genaamd. Deze geneesmiddelen worden eveneens verspreid via de bloedbaan om zo het hele lichaam te bereiken en woekerende kankercellen te vernietigen.

Chemotherapie werkt in op alle cellen. Ook de gezonde weefsels worden aangetast, maar deze herstellen zich na het stopzetten van de behandeling.

Poortkatheter

Meestal wordt de chemotherapie toegediend via een infuus. Doordat deze behandeling meestal uit verschillende cycli bestaat, kiest men er voor om vooraf een poortkatheter te plaatsen ter hoogte van het sleutelbeen onder de huid. Een poortkatheter is een volledig implanteerbaar toedieningssysteem om medicatie in de bloedbaan toe te dienen. Hiermee kan de behandeling veiliger en gemakkelijker verlopen.

Deze poortkatheter wordt onder plaatselijke of algemene verdoving geplaatst door de chirurg via een dagopname. Indien men voor de borstoperatie al weet dat er na de ingreep chemotherapie volgt, plaatst men de poortkatheter soms al tijdens de borstoperatie.

Belangrijk:

  • Bij een eerste consultatie bij de medisch-oncoloog is het ook aan te raden om een lijstje mee te brengen met de medicatie die u op dit ogenblik neemt, de frequentie en de hoeveelheid.

Dagziekenhuis

De chemotherapie wordt ambulant toegediend op het oncologisch dagziekenhuis.
De afspraken worden gemaakt in samenspraak met de behandelende arts. Voor een toediening van de chemotherapie verblijft u ongeveer 4 tot 5 uur op de dagkliniek.

Voorbereiding

  • Breng uw identiteitskaart, ziekenhuisbadge en eventueel uw verzekeringskaart mee.
  • U hoeft niet nuchter te zijn.
  • Draag loszittende kledij.
  • Op het toegewezen tijdstip meldt u zich aan op het secretariaat van het oncologisch dagziekenhuis (route 83).
  • De verpleegkundige begeleidt u naar uw bed.
  • U wordt gewogen en gemeten, zo berekent de arts uw lichaamsoppervlakte. Dit is nodig om de dosis chemotherapie te berekenen. Regelmatig wordt uw gewicht opnieuw gecontroleerd en wordt de dosis chemotherapie indien nodig aangepast.
  • De verpleegkundige controleert uw bloeddruk, pols en lichaamstemperatuur.
  • Bij elke chemotherapie informeert de arts en de verpleegkundige altijd naar uw klachten zoals braken of misselijkheid. Het is van belang dat u deze informatie correct doorgeeft zodat u gepast geholpen en verzorgd kan worden.
  • De arts komt langs voor een gesprek en klinisch onderzoek.
  • De verpleegkundige prikt uw poortkatheter aan. Zij neemt via de poortkatheter eerst bloed af om de bloedwaarden te controleren. Na de bloedafname wordt een waakinfuus aangesloten.
  • De arts kijkt de bloedresultaten na en beslist of de chemotherapie kan gegeven worden. Het is mogelijk dat op basis van de bloedresultaten de behandeling uitgesteld wordt en een nieuwe afspraak wordt gemaakt.
  • Pas wanneer de arts alles heeft goedgekeurd, wordt het voorschrift voor de bereiding van de chemotherapie naar de apotheek verstuurd. De bereiding duurt ongeveer een uur tot anderhalf uur.
  • Ondertussen dient de verpleegkundige u de voorbereidende medicatie toe.

Toediening chemotherapie

Wanneer de chemotherapie bereid is, wordt deze volgens een vooraf bepaald schema toegediend.
Wanneer de chemotherapie beëindigd is, wordt de poortkatheter nagespoeld met de rest van het waakinfuus. Vervolgens wordt de naald verwijderd.
De volgende afspraak wordt vastgelegd en mag u het ziekenhuis verlaten.

Soorten chemotherapie

Afhankelijk van het type borstkanker en stadium kunnen verschillende soorten chemotherapie gegeven worden. Dit wordt besproken op het multidisciplinair oncologisch consult. In samenspraak wordt er beslist wat voor u het beste is.

Het resultaat van deze bespreking wordt uitvoerig met u besproken tijdens uw eerste consultatie bij de medisch oncoloog

Mogelijke bijwerkingen van de chemotherapie

We kunnen niet voorspellen van welke bijwerkingen u last zal hebben. Iedereen reageert verschillend op de behandelingen. Het is belangrijk dat u eventuele bijwerkingen herkent en signaleert, zodat die kunnen behandeld worden. Laat u niet beïnvloeden door de verhalen van andere mensen.

Om de bijwerkingen tot een minimum te beperken, krijgt u voor de chemotherapie voorbereidende medicatie. U krijgt de nodige thuismedicatie mee naar huis.

Misselijkheid en braken

Klachten van misselijkheid en braken treden zelden op tijdens de toediening van de chemotherapie of de uren erna. Meestal treden de klachten op tijdens de eerstvolgende dagen, vooral op de derde en vierde dag na de chemotherapie kunnen deze klachten hevig zijn. De duur van de klachten is afhankelijk van de aard en de dosis van de toegediende medicatie, de toegediende antibraakmiddelen en uw persoonlijke gevoeligheid.

Als u zich niet misselijk voelt, betekent dit niet dat uw behandeling niet aanslaat.

Belangrijk:

  • Neem uw geneesmiddelen tegen misselijkheid en braken strikt in op voorschrift van de arts, ook als u niet misselijk bent.
  • Ook als u niet kan eten, probeer toch te drinken.

Verminderde eetlust

Een gebrek aan eetlust of smaak- en reukveranderingen als gevolg van chemotherapie zijn van tijdelijke aard.

Haarverlies

Als gevolg van chemotherapie verliest u uw haar en andere lichaamsharen. Dit is van tijdelijke aard. Meestal begint uw haar 1 tot 2 maanden na het einde van de behandeling weer te groeien. Het nieuwe haar kan een andere kleur of structuur krijgen. Zo kan het nieuwe haar krullend zijn in plaats van glad, en omgekeerd.

Zorg er voor dat u een mutsje heeft om ’s nachts uw hoofd te bedekken. Via de hoofdhuid kan 25% van de lichaamswarmte verloren gaan. Zo voorkomt u afkoeling via de hoofdhuid en zal u beter slapen.

Om uw haarverlies te camoufleren zijn er twee mogelijkheden:

  • Bij het aanschaffen van een pruik raden wij u aan een keuze te gaan maken terwijl u uw haar nog heeft. Zo ziet de kapper de kleur, structuur en het model van uw haar en kan men u een prothese aanbieden die het meest op uw eigen haar lijkt. Meestal blijft deze prothese in de winkel. Bij de eerste tekenen van haarverlies maakt u een afspraak met de kapper. Deze helpt u dan om uw overblijvend haar te verwijderen en de prothese op een goede manier aan te passen en eventueel bij te knippen. Op dat moment zal u ook al het formulier voor tegemoetkoming van de prothese gekregen hebben van de sociaal werker en kan u dit samen met de factuur binnen brengen bij uw ziekenfonds.
  • U kan ook kiezen voor mutsjes en sjaaltjes.

Wij bezorgen u adressen voor beide zaken.

Ontsteking van het mondslijmvlies

Als gevolg van chemotherapie kunt u last hebben van een droge mond of branderig gevoel in de keel. U kunt overgevoelig zijn voor koude of erg gekruide spijzen.
In de mond- en keelholte kunnen er aftjes ontstaan. Soms vormt zich een witte of gele aanslag in de mond- of keelholte, waardoor kauwen, slikken en praten pijnlijk kunnen worden.

Tips:

  • Niet roken
  • Drink regelmatig kleine slokjes of zuig op ijsblokjes zodat uw mond vochtig blijft
  • Gebruik een lippenbalsem, zodat uw lippen niet uitdrogen
  • Zorg voor een goede mondhygiëne: poets uw tanden voor en na elke maaltijd en voor het slapengaan. Gebruik een zachte tandenborstel en kleurloze, niet schurende tandpasta met fluor. Gebruik tandzijde in plaats van tandenstokers.
  • Als u een kunstgebit draagt, verwijdert u dit zodra u pijn voelt

Aantasting van het beenmerg

De verminderde aanmaak van bloedplaatjes, witte of rode bloedcellen is een gevolg van de chemotherapie en is van tijdelijke aard. De aanmaak ervan herstelt spontaan.
Bij een ernstig tekort aan witte of rode bloedcellen is het soms nodig de volgende chemotherapie aan te passen of uit te stellen. Indien de arts het nodig acht, zal men groeifactoren (Neulasta®) of EPO toedienen.
Groeifactoren bevorderen de aanmaak van witte bloedcellen, EPO bevordert de aanmaak van rode bloedcellen.

Risico op infectie

In ons afweersysteem spelen de witte bloedcellen een belangrijke rol. De witte bloedcellen worden aangemaakt in het beenmerg. Witte bloedcellen zorgen ervoor dat bij een infectie de bacteriën en virussen die ons lichaam binnendringen, worden aangevallen en vernietigd.
Als u te weinig witte bloedcellen aanmaakt, vermindert uw weerstand tegen infecties.
Algemene tekenen die op een infectie kunnen wijzen zijn: koorts, koude rillingen, hoofdpijn en zich algemeen ziek voelen.

Afhankelijk van de plaats van de infectie kunnen meer specifieke tekenen voorkomen zoals:

  • Infectie van de luchtwegen: keelpijn, hoesten of een verstopte neus.
  • Infectie van de urinewegen: branderig gevoel bij het plassen en frequent plassen.
  • Darminfectie: diarree, buikkrampen.
  • Huidinfectie: plaatselijke roodheid, zwelling, warmte of pijn.

Tips:

  • Vermijd contact met mensen die een infectie hebben zoals verkoudheid, griep, koortsblaasjes enz…
  • Vermijd contact met zieke kinderen die de mazelen, windpokken, rode hond of andere ziektes hebben.
  • Vermijd drukke plaatsen zoals bioscopen, wachtkamers, openbaar vervoer enz…
  • Wilt u zich laten vaccineren bvb. tegen griep, vraag dit eerst aan uw medisch oncoloog.
  • Zorg voor een goede hygiëne.
  • Ontsmet wondjes, hoe klein ze ook zijn.
  • Vermijd felle zon, gebruik een zonnecrème met hoge beschermingsfactor als u in de zon komt.
  • Zorg voor een goede hydratatie van de huid.
  • Contacteer de huisarts als u meer dan 38° koorts heeft. Laat de huisarts naar u komen, ga niet in de wachtkamer zitten van de huisarts

Bloedarmoede

De rode bloedcellen zijn verantwoordelijk voor het zuurstoftransport in het lichaam. Wanneer er te weinig rode bloedcellen zijn, kan er onvoldoende zuurstof in het lichaam vervoerd worden. Er is dan sprake van bloedarmoede.

Kenmerken hiervan zijn:

  • Vlugger moe zijn
  • Er bleek uitzien
  • Het vlugger koud hebben
  • Kortademig zijn en zweten bij inspanningen
  • Hoofdpijn
  • Duizeligheid
  • Snelle ademhaling
  • Snelle pols
  • Hartkloppingen
  • Concentratiestoornissen
  • Risico op bloeding
  • De bloedplaatjes doen het bloed stollen wanneer u zich verwondt. Een vermindering van het aantal bloedplaatjes kan leiden tot bloedingen.
  • Kenmerkend hiervoor is:
  • Frequenter blauwe plekken krijgen
  • Neusbloedingen
  • Bloedend tandvlees
  • Als u zich verwondt, blijft u langer bloeden

Tips:

  • Draag handschoenen als u afwast, tuiniert of knutselt.
  • Gebruik een elektrisch scheerapparaat of ontharingscrème i.p.v. een scheermesje.
  • Poets uw tanden voorzichtig met een zachte tandenborstel.
  • Gebruik tandzijde in plaats van tandenstokers.
  • Zorg dat uw tanden in orde zijn voor u aan de chemotherapiebehandeling begint.
  • Neem nooit geneesmiddelen in zonder vooraf uw arts geraadpleegd te hebben, ook geen aspirine®.

Tijdelijke verkleuring van de urine

Door de toediening van sommige soorten chemotherapie kleurt uw urine rood. Dit verdwijnt na 24u.

Tip: Drink veel na uw behandeling.

Verstoorde hormoonproductie

Door de chemotherapie kan uw hormonenproductie verminderen waardoor u onregelmatig menstrueert of kan de menstruatie volledig uitblijven tijdens de behandeling.
Door de hormonale veranderingen kunt u typische kenmerken van de menopauze vertonen zoals warmteopwellingen, jeuk, een droge vagina. Er is een groter risico op vaginale infecties en u bent minder vruchtbaar.
Afhankelijk van uw leeftijd zijn de nadelige gevolgen van de chemotherapie op uw vruchtbaarheid van tijdelijke of blijvende aard. Uw arts kan u hierover meer informatie geven.

Belangrijk: het is aan te raden om tijdens uw behandeling en een geruime tijd erna een voorbehoedsmiddel te gebruiken om een zwangerschap te vermijden met kans op afwijkingen bij de foetus. Bespreek met uw arts zeker uw kinderwens.

Verminderde pompfunctie van het hart

Sommige soorten chemotherapie kunnen een effect hebben op de pompwerking van het hart. Het is daarom belangrijk dat deze pompfunctie door middel van een MUGA-scan voor de start van de chemotherapie onderzocht wordt. Zo heeft men een referentiepunt en kan men de volgende scans hiermee vergelijken.

Verandering van de huid

Door het toedienen van sommige soorten chemotherapie kan de huid droger worden, waardoor er ter hoogte van de handen en voeten gemakkelijker huidkloofjes ontstaan.

Tips:

  • Verzorg uw huid goed, gebruik badolie, vette of vochtinbrengende crèmes.
  • Vermijd de felle zon, uw huid is gevoeliger en zal vlugger verbranden. Gebruik een zonnecrème met een hoge beschermingsfactor

Pijnlijke en rode handpalmen en voetzolen

Dit wordt ook wel het hand- voetsyndroom genoemd. Deze bijwerking is meestal tijdelijk en zal verdwijnen na de therapie.

Tips: verzorg uw huid goed, gebruik een goede hydraterende crème.

Vochtopstapeling

Taxol kan voor vochtopstapeling zorgen, wat zich uit in gewichtstoename en/of het zwellen van enkels en/of voeten. Deze bijwerking zal langzaam verdwijnen na de beëindiging van de therapie.

Spier- en gewrichtslast

Taxol kan ook pijn in spieren en gewrichten veroorzaken. Deze bijwerking kan door middel van pijnstillers worden verlicht.

Nagelverkleuring

Verkleuring en broos worden van de nagels is eveneens een van de bijwerkingen van de nagels. Gebruik een verstevigende en voedende nagellak en vijl uw nagels i.p.v. knippen.

Chemotherapie schema's

https://www.uzleuven.be/nl/chemotherapie-bij-borstkanker

Chemotherapie brochures

Capecitabine (Xeloda®): medicatiekaart
Capecitabine-Lapatinib: medicatiekaart
Capecitabine: uw therapie
Carbo-Gemcitabine (GNC): je therapie
Docetaxel (Taxotere®) cyclus 1 week (MBC): je therapie
Docetaxel (Taxotere®) cyclus 3 weken (MBC): je therapie
Docetaxel (Taxotere®) – Carboplatine (Paraplatin®) (MBC): je therapie
Doxorubicine, liposomaal: je therapie
Doxorubicine: je therapie
EC: je therapie
Eribuline: je therapie
Everolimus (Afinitor®): uw therapie
FEC: je therapie
Gemcitabine (Gemzar®) (GNC-MBC-REO): je therapie
Lapatinib (Tyverb®): medicatiekaart
Lapatinib (Tyverb®): uw therapie
Paclitaxel (Taxol®) cyclus 1 week: je therapie
Paclitaxel (Taxol®) cyclus 3 weken: je therapie
Palbociclib (Ibrance®): uw therapie
Pembrolizumab (Keytruda): je therapie
Ribociclib (Kisqali®): uw therapie
T-DM1: uw therapie
Taxol®-Carboplatine cyclus 1 week (MBC, GNC, DIO): je therapie
Taxol® wekelijks - Carboplatine driewekelijks (MBC): je therapie
Taxotere® - Cyclofosfamide: je therapie
Trastuzumab (Herceptin®): pilootproject thuistoediening
Trastuzumab (Herceptin®): uw therapie
Trastuzumab (Herceptin®) en Pertuzumab (Perjeta®): uw therapie
Vinorelbine: je therapie

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 7 maart 2019