Back to top

Wat is een geriatrische patiënt?

De Geriatrische patiënt behoeft een specifieke aanpak om verschillende hierna vermelde redenen:

  1. Fragiliteit en beperkte homeostase
  2. Actieve polypathologie
  3. Atypische klinische beelden
  4. Verstoorde farmacokinetica
  5. Gevaar voor functionele achteruitgang
  6. Gevaar voor deficiënte voeding
  7. Tendens tot inactiviteit en bedlegerigheid, met toegenomen risisco op opname in een instelling en afhankelijkheid bij de activiteiten van het dagelijks leven
  8. Psychosociale problemen

Het zorgprogramma voor de geriatrische patiënt richt zich specifiek tot deze groep patiënten van gemiddeld 75 jaar en ouder

DUIDING 

Geriatrisch profiel

W. Pelemans

  • Verminderde homeostase
  • Multipele, chronische pathologie
  • Bedreigde validiteit
  • Het risico van polyfarmacie
  • Gewijzigde presentatie en verloop van pathologie
  • De somato-psycho-sociale verwevenheid

Ouderen worden op basis van hun leeftijd ingedeeld in jong- en hoogbejaarden. In die laatste groep rangschikt men de 75-plussers. Een geriatrische patiënt wordt echter niet gedefinieerd op basis van zijn leeftijd; hij beantwoordt veeleer aan bepaalde karakteristieken die samen het geriatrisch profiel vormen. Naarmate de leeftijd toeneemt beantwoorden meer ouderen aan dit profiel, maar niet iedere oude patiënt is een geriatrische patiënt. Omdat de medische begeleiding van geriatrische patiënten een specifieke deskundigheid vergt, rangschikt men deze ouderen in een aparte groep.

Verminderde homeostase

Na de fase van ontwikkeling van het menselijk organisme en het bereiken van de volwassenheid beginnen de functionele mogelijkheden van de verschillende organen van het lichaam te verminderen. Dit verlies gebeurt aanvankelijk onopgemerkt. Eerst dalen de uitgebreide reservecapaciteiten, de functionele mogelijkheden die we normaal niet gebruiken tenzij voor ongewone (top)-prestaties. Wanneer de reserves met de jaren verder dalen wordt het verschil tussen normale en maximale prestaties steeds maar kleiner en bereikt men het niveau waarbij beperkingen duidelijk worden bij kleinere supplementaire fysieke of psychische inspanningen. Dit verlies dat reeds vroeg in het leven begint vermindert de homeostasemogelijkheden en daardoor worden ouderen toenemend kwetsbaar op somatisch en psychosociaal vlak. Kleinere incidenten kunnen dit wankel evenwicht reeds verstoren. De lichamelijke en geestelijke veranderingen die bij het verouderen optreden kunnen echter sterk uiteenlopen. Binnen dezelfde leeftijdsgroep treft men ouderen die 'jonger' lijken dan hun leeftijdsgenoten; anderen zijn vroeger 'versleten'. Naarmate de leeftijd toeneemt krijgen 'ouderdomsveranderingen' een duidelijker individueel karakter en worden de verschillen tussen leeftijdsgenoten meer opvallend. De kalenderleeftijd (de chronologische leeftijd) geeft daarom bij ouderen minder informatie. De fysieke en mentale conditie kan sterk verschillen van wat men gemiddeld op een bepaalde leeftijd verwacht. De biologische leeftijd daarentegen geeft aan met welke leeftijd de vastgestelde biologische conditie gemiddeld overeenkomt. Men is nogal vlug geneigd de beperkingen die bij ouderen optreden te verklaren door de leeftijd. Het is echter duidelijk dat een reeks verschijnselen niet obligaat gekoppeld zijn aan een bepaalde leeftijd, maar veeleer verklaard kunnen worden door pathologische processen of door een niet optimale levensstijl. Het onderscheid tussen 'optimale' veroudering en pathologische verschijnselen is wetenschappelijk van groot belang, maar in de dagelijkse praktijk is het niet altijd eenvoudig om bij ouderen 'normaal' van 'abnormaal' te onderscheiden.

Multipele, chronische pathologie

Geriatrische patiënten vertonen steeds verschillende ziektes op hetzelfde ogenblik. Deze multimorbiditeit bestaat hoofdzakelijk uit chronische aandoeningen, dikwijls van degeneratieve aard. Dergelijke aandoeningen kunnen niet meer genezen; volledig herstel is niet meer mogelijk. De medische interventies richten zich bij dit type van pathologie veeleer op het opvangen van acute opflakkeringen, op het afremmen van het verdere verloop en het in stand houden van de overblijvende functies. Alhoewel een chronische aandoening niet steeds een beperking of handicap hoeft te veroorzaken, bestaat toch steeds deze mogelijkheid, zeker wanneer een aantal van deze ziektes samen aanwezig is.

Bedreigde validiteit

Chronische aandoeningen verhogen de kans op invaliditeit bij ouderen. Nochtans moet men onderscheid maken tussen een medische diagnose en de gevolgen van deze pathologie in het dagelijkse leven. Gelukkig hebben niet alle medische diagnoses direct impact op de validiteit. Zo leven vele ouderen ongehinderd met een behandeling voor hoge bloeddruk of met artrose. Een lange lijst van diagnoses vertelt niet alles over een patiënt. Het is belangrijk dat de arts bij geriatrische patiënten ook een idee heeft over de graad van zelfstandigheid van zijn patiënt en dat hij de graad van autonomie meet met functionele testen.

Het risico van polyfarmacie

De kans is reëel dat ouderen met multipele chronische aandoeningen daarvoor ook verschillende medicamenten nemen. Dat vergt bijzondere aandacht want ouderen ondervinden gemakkelijk neveneffecten van deze geneesmiddelen. Naarmate het aantal voorgeschreven producten stijgt worden er ook meer fouten gemaakt bij het innemen. De hoge incidentie van neveneffecten berust echter niet alleen op de hoge consumptie van medicatie in deze groep. Men moet ook rekening houden met de mogelijkheid van interacties tussen de verschillende geneesmiddelen, en de veranderingen in de farmacokinetiek en -dynamiek van vele geneesmiddelen bij ouderen. De verminderde homeostase, de verminderde reserve en de verhoogde kwetsbaarheid van ouderen tonen zich ook tegenover de 'agressie' door geneesmiddelen.

Gewijzigde presentatie en verloop van pathologie

Een hoogbejaarde 'zieke' presenteert zich vaak anders, op een ongewone manier. Het klachtenpatroon verandert, wordt meestal armer en vager. De anamnese wordt daardoor onduidelijker en moet dikwijls aangevuld worden door een heteroanamnese van personen uit de omgeving. Ouderen reageren ook meer met vage symptomen: hun algemene toestand gaat achteruit, ze eten minder, ze worden minder mobiel of incontinent. Anderen verliezen hun mentale alertheid en worden meer verward. De veroudering kan symptomen zoals dehydratie maskeren en verschillende ziektetekens zullen omwille van een gebrek aan reactievermogen bij oudere patiënten ook minder frequent optreden. Zo is de koorts bij een infectie bij ouderen minder hoog en zal spierweerstand bij een acuut abdomen minder opvallend zijn. In andere gevallen zijn het de verwikkelingen die de aandacht trekken. Een myocardinfarct dat pijnloos verliep kan zich manifesteren als een longoedeem, een acute verwardheid of een cerebrovasculair accident. De vagere anamnese, de ongewone symptomen en de minder duidelijke ziektetekens maken dat de diagnostiek bij hoogbejaarden moeilijker is. Die veranderde presentatie houdt het risico in dat de ziekte miskend wordt en dat een behandeling (te) laat gestart wordt. Bij patiënten die juist verhoogd kwetsbaar zijn kan dit tijdsverlies mede verantwoordelijk zijn voor het ongunstigere verloop van verschillende aandoeningen bij ouderen.

Somato-psycho-sociale verwevenheid

De interactie tussen lichaam en geest is bij geriatrische patiënten zeer opvallend. Somatische aandoeningen hebben in deze groep vaker psychische gevolgen. Het optreden van een delirium is hiervan een duidelijk voordbeeld. Psychiatrische ziektebeelden zoals een depressie kunnen zich voordoen als een somatische aandoening of zich verwikkelen met lichamelijke problemen zoals zelfverwaarlozing en ondervoeding. Bij dementerende ouderen vergt de behandeling van intercurrente lichamelijke ziektes eveneens een eigen aanpak. Heelwat hoogbejaarden worden door anderen wat geholpen in het dagelijkse leven maar, wanneer die ondersteuning onverwachts wegvalt, geraken ze in praktische moeilijkheden. Voor anderen is het verder thuis verblijven niet meer mogelijk en moet er naar een gepast alternatief gezocht worden. De vermenging van somatische problemen met stoornissen en moeilijkheden op andere gebieden is een essentieel kenmerk van geriatrische patiënten. Het is een belangrijk element waarmee men rekening moet houden bij de opvang van dit type patiënten. 

(uit: Cursus geriatrie: Algemene & klinische aspecten - Deel 1 - Hoofdstuk 2: Geriatrische patiënt - www.geriatrie.be)

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 16 februari 2018