Opmerkingen
High risk patiënt:
- Patiënten met:
- hematologische maligniteiten (m.u.v. SR & IR ALL)
- Burkitt lymfoom
- immunosuppresieve therapie
- CAR-T
- SAA
- Stamceltransplantatie
met te verwachten langdurende neutropenie (> 7 dagen) OF
- tekenen van sepsis OF
- mucositis graad III/IV OF
- kolonisatie met resistente kiemen of P. aeruginosa OF
- leeftijd <2 jaar
Surveillance kweken op hospitalisatie:
Bij opname en 1x/week op maandag:
- stoelgangstaal: Om verwarring in het labo te vermijden (kolonisatie versus pathogenen) wordt een wisser in de stoelgang gebracht en deze wisser opgestuurd naar het labo met aanvraag voor rectale wisser.
- mondkweek (candida)
Tussen oktober en februari: altijd bij opname voor SCT en CAR-T en bij patiënt met respiratoire klachten vóór start chemokuur):
- Nasofaryngeale wisser voor COVID, RSV en influenza. Alternatief: gecombineerde neuskeelwisser waarbij met één wisser langs de binnenzijde van neusvleugels en thv tonsillen/keel wordt gestreken.
Op advies en na SCT (tot 3m post SCT):
Wekelijks bepaling CMV-titer
Bij opname voor/episode van febriele neutropenie:
- hemocultuur(1,2)
- urinekweek(3)
- serum galactomannan 2x/week
- IgG 1x/maand
- bij respiratoire klachten:
- RX thorax
- nasofaryngeale wisser (COVID/ virale PCR)
- indien negatief:
- uitgebreide virale wisser
- bacteriële PCR bij vermoeden van Myocplasma, pertussis…
Opmerking 1
Bij CVC: lumen dat minst gebruikt wordt, bij 2 CVC’s: HC via beide CVC
Opmerking 2
HC bij de eerste 3 koortspieken daarna 1x/24u bij koortspiek
Opmerking 3
Geen éénmalige sondage noch kleven zakje tenzij vermoeden UWI
Zie ook interne richtlijn Neutropene koorts beleid op pediatrische hemato-oncologie