Je verwijzende arts vroeg een hersenperfusiescintigrafie of HMPAO-scan of hersenscan bij je uit te voeren op de dienst Nucleaire Geneeskunde.
Het is belangrijk te weten dat dit onderzoek veilig en pijnloos verloopt.
Wat is een hersenscintigrafie?
Er wordt een stof ingespoten in het bloed, die wordt opgenomen in het hersenweefsel. Gebieden in de hersenschors waar de doorbloeding ten gevolge van een ziekte is gewijzigd, nemen meer of minder van de ingespoten stof op dan normale gebieden. Omdat de stof een kleine hoeveelheid radioactiviteit draagt, kan ze binnen het lichaam worden opgespoord met een speciale camera, gevoelig voor de uitgezonden straling. Zo wordt de doorbloeding van de hersenen in kaart gebracht.
Waarom een hersenscintigrafie?
Een hersenscintigrafie is aangewezen bij een groot aantal aandoeningen (geheugenstoornissen, epilepsie, herseninfarct ... ).
Dat de dienst Nucleaire Geneeskunde deel uitmaakt van het Oncologisch Centrum hoeft je geen zorgen te baren; veruit de meeste onderzoeken gebeuren voor goedaardige aandoeningen.
Verloop van het onderzoek
Voor een hersenscintigrafie hoef je niet nuchter te zijn.
Er wordt een radioactieve stof ingespoten via een ader in de arm. Nevenwerkingen van de inspuiting zijn zo goed als onbestaande.
Een uur na de injectie gebeurt de opname onder de camera. Deze duurt ongeveer 30 minuten. Je ligt daarbij in rugligging op een bed, terwijl de detectoren van de camera rond je hoofd draaien. De verpleegkundigen zullen je helpen om daarbij de houding aan te nemen die het beste resultaat oplevert. Het is belangrijk dat het hoofd niet beweegt tijdens de opname. De opname kan meteen worden afgebroken mocht je onwel worden. Waarschuw de verpleegkundigen als je claustrofoob bent.
Voor het volledige verloop van het onderzoek is al snel 2 uur nodig.
Voorzorgsmaatregelen stralingsbescherming
Ben ik dan radioactief?
Ja. De inspuiting maakt je licht radioactief. De radioactiviteit zal spontaan verdwijnen, deels omdat ze vanzelf vermindert, deels omdat de stof wordt uitgescheiden in de urine. Drink na het einde van het onderzoek voldoende water. Dat helpt om de rest radioactiviteit snel uit het lichaam te verwijderen.
Was je handen met zeep en spoel ze overvloedig met water telkens je naar het toilet bent geweest in de loop van de eerste 24 uur na het onderzoek. Spoel dan ook het toilet 2 maal door.
Vermijd contact met zwangeren en baby's gedurende 24 uur na het onderzoek.
Zwanger?
Als je mogelijk zwanger bent, dan moet je dit zeker melden. Afhankelijk van de dringendheid van het onderzoek en het stadium van de zwangerschap kan eventueel besloten worden om het onderzoek uit te stellen.
Borstvoeding?
Als je borstvoeding geeft en je ondergaat een hersenscintigrafie, dan hoef je de borstvoeding niet te onderbreken na het onderzoek. De radioactieve stof dringt niet door in de moedermelk. Omwille van het langdurige, nauwe contact tijdens de voedingsbeurten is het beter om de melk tijdelijk af te kolven en de baby, indien mogelijk, gedurende 1 dag door anderen te laten voeden.