Wat is het?
Bij eierstokkanker hebben zich kankercellen gevormd in de eierstokken (ovaria). De eierstokken zijn verantwoordelijk voor de productie van eicellen voor de menopauze. Vanaf de postmenopauze zijn de ovaria niet meer actief. Toch komt ongeveer 80 procent van alle eierstokkankers (ovarium carcinomen) voor bij postmenopauzale vrouwen, tussen de leeftijd van 50-70 jaar. In 2000/2001 werden in Vlaanderen ongeveer 1.200 vrouwen gediagnosticeerd met eierstokkanker. Het ‘life-time’ risico op eierstokkanker bedraagt ongeveer 0,5-1 procent.
Types eierstokkanker
De meeste eierstokkankers (ongeveer 80 procent) ontstaan uit de cellen die het oppervlakte bekleden van de eierstokken (ovaria). Dit worden epitheliale ovariumcarcinomen genoemd. Een kleinere groep bestaat uit kiemceltumoren, zoals immatuur teratoom. De kankers ontstaan uit de cellen die de eicellen aanmaken en uit stromaceltumoren, zoals de granulosaceltumor of Sertoli-Leydig-celtumor. Epitheliale ovariumcarcinomen verspreiden zich voornamelijk in de buik en groeien onder andere op het buikslijmvlies (coeloomepitheel; peritoneum) en de ‘vetschort’ (omentum) die over de darmen hangt. Vaak hebben patiënten ook vrij vocht in de buik. Uitzaaiingen via de lymfebanen kunnen voorkomen, zelden worden in het begin uitzaaiingen op afstand gezien.
Eileiderkanker
Deze vorm van kanker is heel zeldzaam en doet zich meestal voor als eierstokkanker. De types van eileiderkanker zijn identiek aan deze voor eierstokkanker, net als de wijze van spreiding en behandeling. Een klacht kan onder andere waterige of bloederige vaginale afscheiding zijn.
Symptomen
Er zijn geen specifieke vroege symptomen of klachten die kunnen wijzen op eierstokkanker. Klachten die voorkomen, zijn een opgezette buik, spijsverteringsklachten en vage buikklachten. Verder kan ook vochtophoping in de buik plaatsvinden. Eén van de redenen voor deze aspecifieke klachten is dat de eierstokken diep in het bekken liggen. Eierstokkanker ontstaat meestal uit de cellen die het oppervlakte (epitheel; kapsel) van de eierstokken bekleden. Ongeveer 80 procent van alle eierstokkankers zijn epitheliale ovariumtumoren.
Mogelijke oorzaak
Een van de hypothesen over het ontstaansmechanisme van eierstokkanker is dat door veelvuldige eisprongen (ovulaties) voor de menopauze, er geleidelijk aan schade komt aan de oppervlakkige cellen van de eierstokken. Hierdoor kan mogelijk genetische schade optreden. Genetische afwijkingen kunnen aanwezig zijn in kleine (inclusie)cysten in de eierstokken. Patiënten met eierstokkanker hebben meestal complexe cysten op de eierstokken.
Een kleinere groep van eierstokkanker komt voor als kiemceltumoren. Deze kankers ontstaan uit de cellen die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van eicellen. Deze groep tumoren komen meestal voor bij jonge vrouwen. Doordat er geen specifieke klachten zijn die kunnen wijzen op eierstokkanker, en door het feit dat de eierstokken diep in het bekken liggen wordt de diagnose vaak laat gesteld en bijgevolg wordt de ziekte in 65-75 procent van de gevallen in een laat stadium ontdekt.
Onderzoeken
De diagnose van een kwaadaardig gezwel bij de eierstokken wordt gesteld door middel van beeldvorming, zoals echografie, NMR en/of een CT-scan. Ook bloedonderzoek kan tumormerkers zoals CA125, AFP en HCG aantonen.
Behandelingen
Eierstokkanker behandelen gebeurt doorgaans met een operatie en chemotherapie.
Operatie
De operatieve ingreep bestaat meestal uit het verwijderen van de baarmoeder (hysterectomie), eileiders, eierstokken (adnexectomie) met de cysteuze massa’s, de klieren in het bekken, de vet- of buikschort (omentum), biopten van het buikslijmvlies en hogerop in de buik (pelviene en para-aortale lymfeklierdissectie) en ook alle tumor. Dit heet primaire en interval-debulking en gebeurt via een buikinsnede.
Indien er geen vocht aanwezig is in de buik, wordt de buik gespoeld met vocht om onder de microscoop nadien te onderzoeken of er cellen losgekomen zijn. Het succes van de operatieve ingreep is afhankelijk van het feit of alle tumor in de buik verwijderd kan worden. Als een tumor terugkeert (recidiverend carcinoom) worden de geïsoleerde recidieven verwijderd (debulking).
Darmchirurgie
Bij een kleine groep patiënten is het soms nodig ook een stuk darm te verwijderen (resecties, colostomie, reanastomosen) om tot een succesvolle operatieve ingreep te komen. Bij darmchirurgie werken wij samen met darmchirurgen.
Chemotherapie
Bij sommige patiënten is een succesvolle operatie niet mogelijk. Dan wordt soms eerst gekozen voor chemotherapie, vooraleer een operatieve ingreep wordt uitgevoerd. Bij een grote groep patiënten die eerst een operatieve ingreep heeft gehad, wordt de behandeling verdergezet met chemotherapie. Zo wordt het risico op recidief verkleind.
Behandelende diensten
Eierstokkanker en eileiderkanker wordt behandeld door de dienst Gynaecologie-Verloskunde.