Je verwijzende arts vroeg een dopamine transporter scintigrafie of DaTSCAN of FP-CITSCAN bij je uit te voeren op de dienst Nucleaire Geneeskunde.
Het is belangrijk te weten dat dit onderzoek veilig en pijnloos verloopt.
Wat is een DaTSCAN?
Er wordt een stof ingespoten in het bloed. Deze stof wordt opgenomen in de basale kernen in de hersenen. Wanneer de basale hersenkernen door ziekte zijn aangetast nemen zij minder van de ingespoten stof op dan in normale omstandigheden. Omdat de ingespoten stof een kleine hoeveelheid radioactiviteit draagt, kan ze binnen het lichaam worden opgespoord met een speciale camera, die gevoelig is voor de uitgezonden straling. Zo wordt dus informatie verkregen over de toestand van de basale hersenkernen.
Waarom een DaTSCAN?
Een dopamine transporterscintigrafie helpt om het onderscheid te maken tussen verschillende neurologische aandoeningen die gepaard gaan met symptomen, gelijkend op deze van de ziekte van Parkinson zoals beven, stramheid, moeilijkheden om te stappen ...
Dat de dienst Nucleaire Geneeskunde deel uitmaakt van het Oncologisch Centrum, hoeft je niet te verontrusten: veruit de meeste onderzoeken op deze afdeling gebeuren voor goedaardige aandoeningen.
Verloop van het onderzoek
Bij het vastleggen van de afspraak krijg je een voorschrift voor lugoldruppeltjes mee naar huis. Het is de bedoeling dat je de voorgeschreven druppeltjes inneemt volgens het schema te beginnen 2 dagen voor het onderzoek tot en met 3 dagen na het onderzoek. Deze druppeltjes bevatten jodium, dat door de schildklier wordt opgenomen. De licht radioactieve stof die tijdens het onderzoek wordt ingespoten bevat ook een kleine hoeveelheid radioactief jodium. Door het innemen van lugoldruppeltjes wordt de schildklier beschermd tegen jodium dat mogelijk vrijkomt uit de ingespoten stof. Verwittig onze dienst als je allergisch bent aan jodium.
Het is mogelijk dat je arts je voor het onderzoek adviseert tijdelijk inname van medicamenten die de resultaten van het onderzoek kunnen beïnvloeden, te onderbreken. Het gaat vooral om zeer specifieke categorieën van medicatie tegen depressie of epilepsie, sterke pijnstillers en stimulerende middelen. Bij twijfel over je medicatie neem je best vooraf contact op met onze dienst of je behandelende arts.
Voor dit onderzoek hoef je niet nuchter te zijn.
Bij de start van het onderzoek wordt een radioactieve stof ingespoten in een ader in de arm. Nevenwerkingen van de inspuiting zijn zo goed als onbestaande.
Ongeveer 3 uren na de inspuiting wordt de eigenlijke scan gemaakt. De wachtperiode is nodig om de ingespoten stof de tijd te geven om zich optimaal in de hersenen vast te zetten. Ondertussen mag je de dienst voorlopig verlaten; je krijgt een tijdstip meegedeeld waarop je je terug moet aanmelden. Als je wil blijven, voorzie dan wat lectuur of ander tijdverdrijf, om het wachten zo aangenaam mogelijk te laten verlopen.
Het maken van de beelden vraagt ongeveer 1 uur. Je ligt daarbij in rugligging op een bed, terwijl de detectoren van de camera rond je hoofd draaien. De verpleegkundigen zullen je helpen om daarbij de houding aan te nemen die het beste resultaat oplevert. Waarschuw de verpleegkundigen als je claustrofoob bent.
Voorzorgsmaatregelen stralingsbescherming
Ben ik dan radioactief?
Ja. De inspuiting maakt je licht radioactief. De radioactiviteit zal spontaan verdwijnen, deels omdat ze vanzelf vermindert, deels omdat de stof wordt uitgescheiden in de urine. Drink na het einde van het onderzoek voldoende water. Dat helpt om de rest radioactiviteit snel uit het lichaam te verwijderen.
Was je handen met zeep en spoel ze overvloedig met water telkens je naar het toilet bent geweest in de loop van de eerste 2 dagen na het onderzoek. Spoel dan ook het toilet 2 keer door.
Gebruik afzonderlijke washandjes en handdoeken gedurende 2 dagen na het onderzoek.
Vermijd contact met zwangeren en baby's gedurende 2 dagen na het onderzoek.
Zwanger?
Als je mogelijk zwanger bent, dan moet je dit zeker melden. Afhankelijk van de dringendheid van het onderzoek en het stadium van de zwangerschap kan eventueel besloten worden om het onderzoek uit te stellen.
Borstvoeding?
Als je borstvoeding geeft en je ondergaat een dopamine transporterscintigrafie, dan wordt aangeraden de borstvoeding gedurende 12 u. te onderbreken. Omwille van het langdurige, nauwe contact tijdens de voedingsbeurten is het ook beter om de baby, gedurende 2 dagen, zoveel mogelijk door anderen te laten voeden.