Vaccinatie is een essentieel instrument om infectieziekten te voorkomen, maar bij patiënten met een auto-immuunziekte roept dit soms vragen op. Het immuunsysteem van deze patiënten werkt immers anders dan dat van gezonde mensen. Toch blijkt vaccinatie vaak veilig en belangrijk voor deze groep.
Mensen met een auto-immuunziekte hebben vaak een verhoogd risico op infecties, om verschillende redenen:
- Afwijkend immuunsysteem: Hun immuunsysteem kan minder effectief zijn in het bestrijden van infecties.
- Immuunonderdrukkende medicatie: Veel patiënten gebruiken medicijnen zoals corticosteroïden, methotrexaat of biologische middelen (bijv. TNF-remmers). Deze medicijnen remmen de ontstekingsreactie, maar verminderen ook de natuurlijke afweer tegen virussen en bacteriën.
Infecties kunnen ernstigere complicaties veroorzaken bij deze groep, wat de noodzaak onderstreept om preventieve maatregelen zoals vaccinatie serieus te overwegen.
Veiligheid van vaccinaties
Veel vaccins zijn veilig voor patiënten met een auto-immuunziekte, maar enkele aandachtspunten zijn belangrijk:
- Niet-levende vaccins (zoals die tegen griep, COVID-19, hepatitis en pneumokokken) worden over het algemeen goed verdragen en zijn veilig.
- Levende verzwakte vaccins (zoals het mazelen, bof, rubella-vaccin of gele koorts-vaccin) worden doorgaans afgeraden bij mensen met een sterk onderdrukt immuunsysteem, omdat deze vaccins een (zeer kleine) kans hebben om een infectie te veroorzaken.
In een overzichtsartikel van Friedman et al., ARD, 2021, kwamen de auteurs tot de conclusie dat vaccinatie bij reumatoïde artritispatiënten GEEN aanleiding geeft tot een toename van opstoten.
Effectiviteit van vaccinaties
Bij patiënten die immuunonderdrukkende medicatie gebruiken, kan de immuunrespons op een vaccin verminderd zijn. Dit betekent dat de bescherming mogelijk iets minder sterk is dan bij gezonde mensen. Desondanks bieden vaccinaties vaak nog steeds een aanzienlijke mate van bescherming, vooral tegen ernstige complicaties. In sommige gevallen kan het nuttig zijn om vaccinatie te plannen vóór de start van immuunonderdrukkende therapie of om bepaalde medicatie tijdelijk te onderbreken.
Specifieke aanbevelingen
De volgende vaccinaties worden sterk aanbevolen voor mensen met een auto-immuunziekte:
- Griepvaccin: Jaarlijks.
- Pneumokokkenvaccin: Vermindert het risico op longontsteking, wat een ernstig probleem kan zijn bij immuungecompromitteerde patiënten.
- COVID-19-vaccin: Zeer belangrijk gezien het verhoogde risico op een ernstig beloop van COVID-19. Jaarlijks.
- Tetanusvaccin: Om de 10 jaar.
- Herpes zoster-vaccin: Beschermt tegen gordelroos (zona), wat ernstiger kan verlopen bij mensen met een verzwakt immuunsysteem. De HGR beveelt vaccinatie met het recombinante zonavaccin aan bij alle personen vanaf 60 jaar en immuungedeprimeerden, met inbegrip van patiënten ≥ 16 jaar onder immuunsuppressieve behandeling. Twee injecties met een interval van 2 tot 6 maanden. De noodzaak van een herhalingsinenting staat niet vast.
- RSV-vaccin: Bij personen > 60 jaar.
Laatste update: 31/01/2025