Je verwijzend arts vroeg een radionuclide ventriculografie of MUGA-scan bij je uit te voeren op de dienst Nucleaire Geneeskunde.
Het is belangrijk te weten dat dit onderzoek veilig en pijnloos verloopt.
Wat is een radionuclide ventriculografie?
Bij dit onderzoek wordt het bloed in het hart zichtbaar gemaakt door de rode bloedcellen in de bloedbaan te merken met een kleine hoeveelheid radioactieve stof. Deze radioactieve stof kan binnen het lichaam worden opgespoord met een speciale camera, gevoelig voor de uitgezonden straling. Op deze manier kan het bloed, dat door het hart wordt rondgepompt in het lichaam, in beeld worden gebracht. Het onderzoek is daardoor in staat de pompwerking van het hart te beoordelen en na te gaan welke gebieden eventueel minder goed samentrekken.
Waarom een radionuclide ventriculografie?
Een beoordeling van de pompwerking van het hart kan nuttig zijn in verscheidene omstandigheden; na een infarct, bij een slechte klepwerking, of om de invloed van medicatie (bijvoorbeeld sommige soorten chemotherapie) na te gaan.
Dat de dienst Nucleaire Geneeskunde deel uitmaakt van het Oncologisch Centrum hoeft je niet te verontrusten: het merendeel van de onderzoeken op onze dienst gebeurt voor goedaardige aandoeningen.
Verloop van het onderzoek
Voor een radionuclide ventriculografie hoef je niet nuchter te zijn.
Eerst krijg je een drankje te drinken: het bevat een stof die verhindert dat je schildklier een deel van het ingespoten product zou opnemen. Dat zou de beelden alleen maar storen. Het drankje smaakt onaangenaam, maar veroorzaakt verder geen last. Aansluitend wordt dan een niet-radioactieve stof ingespoten in een ader in de arm. Die laat de rode bloedcellen toe het radioactieve product op te nemen. Ongeveer 30 minuten later wordt een tweede inspuiting toegediend met een kleine hoeveelheid radioactieve stof. Die gaat zich vastzetten op de voorbehandelde rode bloedcellen. Nevenwerkingen van de inspuiting zijn zo goed als onbestaande.
Onmiddellijk na deze tweede inspuiting start de opname onder de camera. Voor het nemen van de foto's lig je in ruglig op de onderzoekstafel en wordt een camera boven je borst geplaatst. Er worden elektroden op de borst geplakt om tijdens het onderzoek een elektrocardiogram te registreren. Op deze manier verkrijgt het camerasysteem namelijk onmisbare informatie over het hartritme. Het maken van de beelden duurt ongeveer 15 minuten.
De opname kan meteen worden afgebroken mocht je onwel worden. Waarschuw de verpleegkundigen/technologen als je claustrofoob bent.
Voor het volledige verloop van het onderzoek is al snel een uur nodig.
Voorzorgsmaatregelen stralingsbescherming
Ben ik dan radioactief?
Ja. De inspuiting maakt je licht radioactief. De radioactiviteit zal spontaan verdwijnen, deels omdat ze vanzelf vermindert, deels omdat de stof wordt uitgescheiden in de urine. Drink na het einde van het onderzoek voldoende water. Dat helpt om de rest radioactiviteit snel uit het lichaam te verwijderen.
Was je handen met zeep en spoel ze overvloedig met water telkens je naar het toilet bent geweest in de loop van de eerste 24 uur na het onderzoek. Spoel dan ook het toilet twee maal door.
Vermijd contact met zwangeren en baby's gedurende 24 u. na het onderzoek.
Zwanger?
Als je mogelijk zwanger bent, dan moet je dit zeker melden. Afhankelijk van de dringendheid van het onderzoek en het stadium van de zwangerschap kan eventueel besloten worden om het onderzoek uit te stellen.
Borstvoeding?
Als je borstvoeding geeft en je ondergaat een radionuclide ventriculografie, dan zal een kleine fractie van de radioactieve stof in de moedermelk doordringen. Dit is echter geen reden om de borstvoeding definitief stop te zetten. De melk gedurende 48 uren afkolven en weggieten is ruimschoots voldoende. Omwille van het langdurige, nauwe contact tijdens de voedingsbeurten raden we ook aan om de baby, indien mogelijk, gedurende 2 dagen door anderen te laten voeden. Na 2 dagen kan de borstvoeding weer probleemloos worden hervat.
Giet je de tijdelijk afgekolfde melk liever niet weg, dan kan je ze desgewenst ook gedurende een periode van minstens 3 dagen in de diepvries bewaren in de gebruikelijke, daartoe voorziene steriele zakjes. Na deze periode is elk spoor van radioactiviteit spontaan uit de ingevroren melk verdwenen en kan de baby er zonder risico van drinken.