Plasmafiltratie is een techniek die gebruikt wordt om abnormale bloedcellen en/of plasma componenten te verwijderen uit het bloed. Plasmafiltratie kan ook gebruikt worden om deficiënte plasmacomponenten terug aan te vullen (bijvoorbeeld ADAMTS13 in geval van thrombotische thrombocytopene purpura, TTP).
Plasmafiltratie kan uitgevoerd worden via een centrifuge of een membraan. In het AZ Sint-Jan Brugge (en in vele andere centra) is plasmafiltratie met een centrifuge de standaard. De procedure duurt gemiddeld 2 tot 4 uur. Eten en drinken tijdens de procedure is toegestaan.
Zeldzaam kunnen er bijwerkingen ontstaan van de behandeling. Daartoe behoort het optreden van een laag calciumgehalte. Dat laag calciumgehalte ontstaat door het toedienen van citraat. Citraat hebben we nodig om je bloed voldoende vloeibaar te houden in het plasmaferese toestel (om te verhinderen dat er bloedstolling in de lijnen optreedt).
Klachten van een laag calciumgehalte zijn onder andere tintelingen in de vingertoppen en rond de mond. Om een laag calcium te vermijden wordt standaard calcium toegediend en wordt je calciumgehalte frequent gecontroleerd. Als je toch klachten zou ontwikkelen, dan moet je de verpleegkundige aan je bed verwittigen.
Andere zeldzame bijwerkingen zijn pijn ter hoogte van de aanprikplaats of een allergische reactie (zeer zeldzaam).
Toegangsweg
Voor een plasmaferese met centrifugale techniek is een bloedflow van 30-80mL/min vereist. Aanprikken van een grote vene (bv. antecubitale vene in de elleboog) met een 18G naald is daarvoor in principe voldoende. Het alternatief, zeker als frequent en langdurig plasmaferese nodig is, is een getunnelde Hickman katheter (met 2 lumina) of een arterioveneuze fistel (AV-fistel). Je arts zal met jou een geschikte toegangsweg bespreken.