Anesthesie is een toestand van gecontroleerd tijdelijk verlies van bewustzijn en gevoel of pijn die veroorzaakt wordt door een medische of heelkundige ingreep.
We onderscheiden 2 vormen van anesthesie: de algehele en de locoregionale anesthesie. Volgens de eerste methode wordt de patiënt volledig 'in slaap gebracht', terwijl bij de tweede methode de zenuwen van het te opereren lichaamsdeel verdoofd worden. Soms gebruikt men beide technieken gelijktijdig. De keuze voor volledige of locoregionale anesthesie wordt bepaald door je gezondheidstoestand en het type ingreep dat je zal ondergaan. Soms is een keuze tussen beide mogelijk en zal de anesthesioloog dit met je bespreken.
Tijdens de ingreep zal de anesthesioloog je nauwlettend observeren. Hij/zij stelt een aangepaste behandeling in zodat je de ingreep veilig kan doormaken.
Wie dient de anesthesie toe?
Om erkend te worden als 'anesthesioloog' of specialist in de anesthesie moet je eerst arts zijn. Daarna moet je een 5 jaar durende opleiding doorlopen om de technieken van anesthesie, intensieve zorgen, urgentiegeneeskunde en pijntherapie aan te leren en te beheersen. Gedurende deze specialisatieopleiding kan een 'arts-specialist in opleiding' zelfstandig allerlei anesthesietaken uitoefenen onder supervisie van een specialist in de anesthesie.
Het anesthesieteam van het AZ Sint-Jan kan je hier terugvinden.
Nuchter blijven
Voor je veiligheid vragen wij je vanaf middernacht (of minimum 6 uur vóór de operatie) niet te roken of te eten. Water drinken mag tot 2 uur voor de geplande ingreep. Je maag moet leeg zijn voor de ingreep, anders zou onverteerd voedsel in de luchtpijp terecht kunnen, wat tot ernstige longinfecties zou kunnen lijden. Niet nuchter zijn leidt dus tot uitstel van electieve ingrepen. Tijdens de pre-anesthesie consultatie worden specifieke regels hieromtrent uitgelicht.
Premedicatie en thuismedicatie
Om het angstgevoel voor de ingreep te verminderen, kan de anesthesist een premedicatie voorschrijven. Dit is een geneesmiddel dat je voorbereidt op de anesthesie en je in zekere mate kalmeert. Bij dagziekenhuis of kort verblijf wordt dit standaard niet gedaan.
Welke medicatie moet gestopt worden en welke medicatie verder dient genomen te worden tot en met de dag van de ingreep, wordt met jou besproken op de preoperatieve raadpleging of in overleg met de huisarts.