Je verwijzende arts vroeg een botscintigrafie bij je uit te voeren op de dienst Nucleaire Geneeskunde. Andere benamingen voor het onderzoek zijn botscan of skeletscintigrafie.
Het is belangrijk te weten dat dit onderzoek veilig en pijnloos verloopt.
Wat is een botscintigrafie
Er wordt een stof ingespoten in het bloed. Die stof nestelt zich in het bot. Bot is voortdurend in ombouw: afbraak en aanmaak gebeuren aanhoudend. Plaatsen waar de ombouw van het bot toegenomen is (bijvoorbeeld ten gevolge van een ziekte) nemen de ingespoten stof gretiger op. Omdat de stof een kleine hoeveelheid radioactiviteit draagt, kan ze binnen het lichaam worden opgespoord met een speciale camera, gevoelig voor de uitgezonden straling. De beelden gemaakt met die camera tonen de verdeling van de stof over het skelet en dus welke plaatsen in het skelet meer actief het bot ombouwen.
Waarom een botscintigrafie?
De gemaakte beelden leveren een type informatie op dat niet uit andere onderzoeken (zoals gewone radiografie, CT-scan of MRI) kan worden verkregen. Botscintigrafie is aangewezen bij een groot aantal aandoeningen.
Dat de dienst Nucleaire Geneeskunde deel uitmaakt van het Oncologisch Centrum hoeft u niet te verontrusten: veruit de meeste onderzoeken gebeuren voor goedaardige aandoeningen.
Verloop van het onderzoek
Voor een botscan hoef je niet nuchter te zijn.
Deel 1
Er wordt een radioactieve stof ingespoten in een ader in de arm, of soms in de voet. Nevenwerkingen van de inspuiting zijn zo goed als onbestaande.
Afhankelijk van de aanwijzing voor het onderzoek kan het gebeuren dat al meteen bij inspuiting, en gedurende de eerste minuten die daarop volgen, beelden worden gemaakt (dit heet 'driefasenbotscan').
Wachttijd
Daarna moet de toegediende stof de tijd krijgen om zich in het botweefsel op te nemen. Hiervoor is minstens 2 uur nodig. Bij bepaalde indicaties kan daarnaast een extra opname na ongeveer 1 uur worden uitgevoerd. De verdere beeldvorming vindt vervolgens plaats volgens het gebruikelijke schema, ongeveer 2 uur na de toediening.
Tijdens deze wachttijd mag je de dienst voorlopig verlaten; je krijgt hiervoor een tijdstip mee waarop je je opnieuw moet aanmelden. Als je liever blijft wachten, raden wij aan om lectuur of een andere vorm van ontspanning mee te brengen om de wachttijd zo aangenaam mogelijk te maken.
Deel 2
Pas na de inwerktijd kunnen beelden gemaakt worden. Eerst wordt gevraagd om de blaas te ledigen, want de ingespoten stof wordt voor een deel uitgescheiden in de urine. De blaas zou de beelden storen. Metalen voorwerpen storen de opnamen omdat ze de straling tegenhouden. Vandaar dat je wordt gevraagd om je te ontdoen van metalen sieraden, muntstukken, gespen, gsm ...
3 types opnamen zijn mogelijk:
- detailopnamen
- opnamen van het volledige lichaam
- tomografische opnamen
Vaak worden verschillende types opnamen gecombineerd. Soms worden de opnamen aangevuld met CT-beelden.
Het maken van de beelden neemt toch wat tijd in beslag. 'Whole body'-opnamen vergen ongeveer 10 minuten. Je ligt daarbij in rugligging op een bed, terwijl je door 2 detectoren boven en onder je schuift. De bovenste detector komt tot dicht bij het hoofd, maar zal het niet raken.
Tomografische opnamen nemen ongeveer een half uur in beslag. De detectoren van de camera draaien rond het onderzochte lichaamsdeel. De verpleegkundigen / technologen zullen je helpen om daarbij de houding aan te nemen die het beste resultaat oplevert.
Elke opname kan meteen worden afgebroken mocht je onwel worden. Waarschuw de verpleegkundigen als je claustrofoob bent.
Voor het verloop van het onderzoek is dus al snel een halve dag nodig.
Voorzorgsmaatregelen stralingsbescherming
Ben ik dan radioactief?
Ja. De inspuiting maakt je licht radioactief. De radioactiviteit zal spontaan verdwijnen, deels omdat ze vanzelf vermindert, deels omdat de stof wordt uitgescheiden in de urine. Drink na het einde van het onderzoek voldoende water. Dat helpt om de rest radioactiviteit snel uit het lichaam te verwijderen.
Was je handen met zeep en spoel ze overvloedig met water telkens je naar het toilet bent geweest in de loop van de eerste 24 uur na het onderzoek. Spoel dan ook het toilet twee maal door.
Vermijd contact met zwangeren en baby's gedurende 24 uur na het onderzoek.
Zwanger?
Als je mogelijk zwanger bent, moet je dit zeker melden. Afhankelijk van de dringendheid van het onderzoek en het stadium van de zwangerschap kan eventueel besloten worden om het onderzoek uit te stellen.
Borstvoeding?
Als je borstvoeding geeft en je ondergaat een botscan, dan hoef je de borstvoeding niet te onderbreken, op voorwaarde dat die juist voor de toediening van het radiofarmacon gebeurt. De radioactieve stof dringt niet door in de moedermelk. Omwille van het langdurige, nauwe contact tijdens de voedingsbeurten, is het beter om de melk tijdelijk af te kolven en de baby, indien mogelijk, gedurende 1 dag door anderen te laten voeden.