Je verwijzende arts vroeg een bijschildklierscintigrafie bij je uit te voeren op de dienst Nucleaire Geneeskunde.
Het is belangrijk te weten dat dit onderzoek veilig en pijnloos verloopt.
Wat is een bijschildklierscintigrafie?
Er wordt een stof ingespoten in het bloed, die wordt opgenomen door de bijschildklieren. Omdat deze stof licht radioactief is, kan ze binnen het lichaam worden opgespoord met een speciale camera, gevoelig voor de uitgezonden straling. De beelden van de camera maken het mogelijk om de vorm, ligging, grootte en werking van de bijschildklieren te beoordelen.
Waarom een bijschildklierscintigrafie?
Een bijschildklierscintigrafie wordt uitgevoerd voor het peroperatief lokaliseren van hyperfunctionerend bijschildklierweefsel.
Dat de dienst Nucleaire Geneeskunde deel uitmaakt van het Oncologisch Centrum hoeft je niet te verontrusten: het merendeel van de onderzoeken op onze dienst gebeurt voor goedaardige aandoeningen.
Verloop van het onderzoek
Voor een bijschildklierscintigrafie hoef je niet nuchter te zijn.
Je zal 2 spuitjes met een licht radioactieve stof toegediend krijgen in een ader in de arm. Nevenwerkingen van de inspuiting zijn zo goed als onbestaande.
Het eerste spuitje moet 20 minuten inwerken. Je moet in deze wachttijd een glas water drinken om overtollige radioactiviteit in de halsstreek te elimineren. Na de wachttijd worden de eerste opnamen gemaakt die ongeveer 25 minuten duren. Voor de beeldopname lig je in ruglig op een bed met de camera boven je halsstreek. Na deze eerste opnamen krijgt je het tweede spuitje, terwijl je in dezelfde positie onder de camera blijft liggen. Na 10 minuten inwerking worden nog enkele opnames gemaakt die ongeveer 30 minuten in beslag nemen. Eventueel kan de arts bijkomende opnames vragen.
De opnamen kunnen meteen worden afgebroken mocht je onwel worden. Waarschuw de verpleegkundigen als je claustrofoob bent.
Voor het volledige verloop van het onderzoek is al snel 2 uur nodig.
Voorzorgsmaatregelen stralingsbescherming
Ben ik dan radioactief?
Ja. De inspuiting maakt je licht radioactief. De radioactiviteit zal echter spontaan verdwijnen, deels omdat ze vanzelf vermindert, deels omdat de stof wordt uitgescheiden in de urine. Drink na het einde van het onderzoek voldoende water. Dat helpt om de rest radioactiviteit snel uit het lichaam te verwijderen.
Was je handen met zeep en spoel ze overvloedig met water telkens je naar het toilet bent geweest in de loop van de eerste 24 uur na het onderzoek. Spoel dan ook het toilet twee maal door.
Vermijd contact met zwangeren en baby's gedurende 24 u. na het onderzoek.
Zwanger?
Als je mogelijk zwanger bent, dan moet je dit zeker melden. Afhankelijk van de dringendheid van het onderzoek en het stadium van de zwangerschap kan eventueel besloten worden om het onderzoek uit te stellen.
Borstvoeding?
Als je borstvoeding geeft en je ondergaat een bijschildklierscintigrafie, dan zal een kleine fractie van de radioactieve stof in de moedermelk doordringen. Het is aangeraden de borstvoeding gedurende 24 u. te onderbreken. Je kan als je dat wil de afgekolfde melk gedurende een periode van minstens 3 dagen in de diepvries bewaren in de gebruikelijke, daartoe voorzien steriele zakjes. Na deze periode is elk spoor van radioactiviteit spontaan uit de ingevroren melk verdwenen en kan de baby er zonder risico van drinken.
Omwille van het langdurige, nauwe contact tijdens de voedingsbeurten raden we ook aan om de baby, indien mogelijk, gedurende 2 dagen door anderen te laten voeden.