Wat is het?
De bijschildklieren (glandulae parathyroideae) zijn kleine kliertjes, meestal 4 in totaal (2 aan elke kant), die zich aan de achterkant van de schildklier bevinden. Ze zijn ongeveer zo groot als een erwt. Bij sommige mensen kan het aantal bijschildklieren afwijken van het normale patroon.
Hoewel ze vlak bij de schildklier liggen, hebben de bijschildklieren geen invloed op de werking van de schildklier zelf. Hun voornaamste functie is het handhaven van een stabiel calcium- en fosfaatgehalte in het bloed. Dit is van groot belang voor onder andere de spierwerking, en zenuwgeleiding.
De bijschildklieren produceren parathyroïdhormoon (PTH), dat inwerkt op 3 systemen in het lichaam:
- Botten: verhoogde botresorptie zorgt voor meer calciumafgifte in het bloed.
- Darmen: verhoogde opname van calcium uit de voeding.
- Nieren: verminderde uitscheiding van calcium via de urine.
Symptomen
Bij aandoeningen van de bijschildklieren zijn 2 verstoringen mogelijk:
Hyperparathyroïdie (te veel PTH)
Dit kan veroorzaakt worden door:
- Een goedaardig gezwel (adenoom) – meest voorkomende oorzaak (>80%)
- Meerdere adenomen of een teveel aan bijschildklierweefsel (zelden)
- Een carcinoom (extreem zeldzaam)
Soms is er sprake van een secundaire of tertiaire hyperparathyroïdie, bijvoorbeeld bij chronische nierziekten.
Mogelijke klachten:
- Algemene klachten: moeheid, hoofdpijn, depressieve gevoelens, krachteloosheid
- Gastro-intestinale symptomen: verminderde eetlust, vermagering, maagzweren, pancreasontsteking
- Bot- en kraakbeenletsels
Soms zijn er geen duidelijke klachten en wordt de hyperparathyroïdie toevallig vastgesteld bij bloedonderzoek.
Hypoparathyroïdie (tekort aan PTH)
Deze aandoening kan optreden door een verminderde werking van de bijschildklieren na een halsoperatie, zoals een schildklieroperatie.
Mogelijke klachten:
- Neuromusculair: tintelingen in het aangezicht of in de handen, spierkrampen (carpopedaalspasmen), spiersamentrekkingen (tetanie), epileptische aanvallen, laryngospasmen
- Psychisch: depressie, psychose
- Ogen: verhoogde kans op cataract (door calciumafzetting)
Onderzoek
Bij vermoeden van een bijschildklieraandoening gebeurt het eerste onderzoek meestal via bloedafname en urineonderzoek. Daarbij wordt het calcium- en PTH-gehalte in het bloed gemeten. Verder onderzoek, zoals echografie, kan worden uitgevoerd om vergrote bijschildklieren te vinden.
Bij verdenking op een hyperparathyroïdie kan een botdensiteitsmeting (DXA) aangewezen zijn om eventuele botontkalking (osteoporose) op te sporen.
Behandelingen
Hyperparathyroïdie
De keuze van behandeling hangt af van de ernst van de ziekte, de oorzaak en het profiel van de patiënt. Er zijn 3 mogelijke benaderingen:
Conservatief
Bij milde gevallen kan gekozen worden voor een afwachtende aanpak met regelmatige opvolging (halfjaarlijkse controle van serumcalcium). Voldoende hydratatie is belangrijk. Eventuele tekorten aan vitamine D worden aangevuld
Medicamenteus
Heelkunde
Gedeeltelijke of volledige verwijdering van 1 of meerdere bijschildklieren via halsoperatie, meestal bij een adenoom of als de aandoening leidt tot duidelijke klachten of complicaties.
Hypoparathyroïdie
De behandeling bestaat meestal uit langdurige medicamenteuze ondersteuning:
- Inname van tabletten calcium (calciumsupplementen)
- Levenslange inname van actieve vitamine D-metabolieten (zoals calcitriol), aangezien toediening van PTH momenteel (nog) niet standaard beschikbaar is.
Samenvattend
De bijschildklieren zijn klein maar spelen een cruciale rol in de calciumhuishouding van het lichaam. Verstoring in hun werking, zoals hyperparathyroïdie (te veel PTH) of hypoparathyroïdie (tekort aan PTH), kan leiden tot uiteenlopende klachten. Een tijdige diagnose en aangepaste behandeling zijn noodzakelijk om complicaties te voorkomen en de levenskwaliteit van de patiënt te behouden.
Handige links
• Bijschildklieren - SchildklierNL
• Bijschildklierziekten | Apotheek.nl
Behandelende diensten
• Dienst Endocrinologie
• Dienst Neus-, Keel- en Oorziekten
• Dienst Nucleaire geneeskunde