Wat is het?
Bewegingsstoornissen zijn afwijkingen van het bewegingspatroon. Bijvoorbeeld:
- Armspasme
- Beven (tremor)
- Chronische migraine
- Overactieve kringspier rond het oog (blefarospasme)
- Overactieve kringspier rond het oog en spiertrekkingen aan één gezichtshelft (hemifaciaal spasme)
- Overactieve nekspieren (cervicale dystonie of spasmodische torticollis)
- Overige overactieve spieren, vaak met verkramping (dystonie)
- Ziekte van Parkinson en aanverwante aandoeningen
Voor patiënten met de ziekte van Parkinson biedt het AZ Sint-Jan Brugge AV een geïntegreerd zorgprogramma via de dienst Neurologie.
Symptomen
Armspasme
Armspasticiteit veroorzaakt stijfheid en een pijnlijke, abnormale stand van de arm. Dit kan drie tot twaalf maanden na een beroerte (cerebrovasculair accident - CVA) optreden.
Blefarospasme
Door de overactieve kringspier rond het oog (musculus orbicularis oculi) sluit het oog onvrijwillig, zoals bij fel zonlicht. De oogsluiting kan erg hinderlijk zijn en zorgen dat iemand functioneel blind wordt en niet meer kan autorijden. In combinatie met oromandibulaire dystonie spreken we van het syndroom van Meige. Meestal blijft de oorzaak onbekend.
Cervicale dystonie / spasmodische torticollis
Door overactieve nekspieren krijgt de nek een abnormale stand. Meestal treedt dit niet in combinatie met een andere aandoening op en is er geen oorzaak. De aandoening neemt verschillende vormen aan. De standafwijking van de nek bepaalt de vier types:
- typische torticollis: het hoofd is in een bepaalde richting gedraaid
- anterocollis: het hoofd trekt naar voren
- laterocollis: het hoofd neigt naar opzij
- retrocollis: het hoofd trekt naar achteren
Dystonie
Overactieve spieren, vaak in combinatie met verkramping.
Hemifaciaal spasme
Overactieve kringspier rond het oog (vaak het sterkst getroffen), in combinatie met spiertrekkingen in één volledige gelaatshelft. De aandoening wijst op een beschadiging van de aangezichtszenuw (nervus facialis), maar kan ook ontstaan na een aangezichtsverlamming (facialisparese).
Oromandibulaire dystonie
Onvrijwillige bewegingen van de mond, de kaak en/of de tong. In combinatie met blefarospasme spreken we van het syndroom van Meige. Meestal blijft de oorzaak onbekend.
Onderzoeken
Bij bewegingsstoornissen doet de neuroloog eerst een klinisch onderzoek. Eventueel vraagt de neuroloog een aantal bijkomende onderzoeken aan, bijvoorbeeld een scan van de hersenen. Zo krijgen we een beter zicht op de oorzaak van de klachten. Zodra hierover uitsluitsel bestaat, stellen we een behandeling voor. De behandeling verschilt per aandoening en passen we ook individueel aan, op maat van de patiënt.
Behandelingen
Bij verschillende vormen van overactiviteit van bepaalde spieren met verkramping (dystonie) kiezen we bij voorkeur eerst voor toediening (infiltraties) van botox (botulinetoxine). De dienst Neurologie op campus Sint-Jan houdt een specifieke raadpleging voor botoxbehandelingen.
Botox
Botoxinjecties (botulinetoxine-infiltratie) zijn een vrij nieuwe behandeling voor een hele reeks neurologische aandoeningen. Naast cosmetische toepassingen gebruiken we botox steeds vaker voor medische doeleinden. Het effect op heel wat neurologische aandoeningen is vaak spectaculair én veilig op lange termijn. Op de infiltratieraadpleging van de dienst Neurologie van campus Sint-Jan kan u terecht voor een behandeling met botox voor alle neurologische toepassingen.
- We gebruiken de drie commercieel beschikbare vormen van botulinetoxine, gekend onder de merknamen Botox®, Dysport® en Xeomeen®. Deze producten zijn vergelijkbaar, maar bij sommigen blijkt de ene vorm doeltreffender dan de andere.
- Tussen twee infiltraties pauzeren we steeds minimaal 3 maanden, zelfs als een infiltratie onvoldoende effect heeft. Bij kortere intervallen bestaat het risico dat je antilichamen ontwikkelt tegen het toxine, zodat het zijn werkzaamheid verliest. Bij speekselvloed, bijvoorbeeld, vermindert de werkzaamheid meestal pas na 4-6 maanden. Sommigen ervaren de eerste dagen na hun infiltratie al een positief effect, maar vaak is de werking pas na 2 weken merkbaar. Na 4 weken is het effect maximaal. Gemiddeld houdt het effect 3 maanden stand.
Botox wordt ingezet bij de behandeling van:
- Armspasme
- Blefarospasme
- Chronische migraine
- Hemifaciaal spasme
- Overige bewegingsstoornissen
Daarnaast is ook botox onder elektromyografiegeleide mogelijk voor onder andere cervicale dystonie of spasmodische torticollis.
Let op! Botox wordt vaak niet vergoed
Momenteel wordt de botoxbehandeling vaak niet vergoed door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV). We moeten de kostprijs van de behandeling dus steeds afwegen.
Bij de meeste van deze indicaties is een relatief lage dosis botulinetoxine voldoende om de symptomen onder controle te brengen, zodat de kostprijs meestal binnen redelijke grenzen blijft.
Armspasme
Armspasticiteit na een beroerte behandelen we eerst met kinesitherapie. Botox kan ook hier baat hebben. Botulinetoxine-infiltraties verhelpen niet het krachtverlies door de beroerte, maar gaan wel - vaak pijnlijke - verkrampingen (spasmen en contracturen) tegen. Daardoor bevordert botox de revalidatie na een beroerte. Deze nieuwe behandeling levert ook een belangrijke bijdrage in de bestrijding van pijn en krampen, het bevorderen van de handverzorging en het functioneel herstel van de betrokken arm.
Blefarospasme
De symptomen houden we onder controle door verschillende botoxinjecties in de kringspier rond het oog. Wanneer de spiervezels in het bovenste ooglid ook duidelijk betrokken zijn, krijg je ook hier botoxinjecties.
Chronische migraine
Profylactische behandeling:
Chronische migraine is de zwaarste vorm van migraine en kan niet onder controle gehouden worden met gewone medicatie. Als patiënt heb je dan minimaal 15 dagen per maand hoofdpijn, waarvan minimaal 8 dagen migraine. Eerst proberen we een profylactische behandeling, bij voorkeur met medicatie in pilvorm, zoals Topamax®, Depakine® en Inderal®.
Botoxbehandeling:
Wanneer de profylactische medicatie onvoldoende werkt, is botox een optie. Dat tonen ook wetenschappelijke studies aan. Het doel van de behandeling is controle krijgen over de overprikkelde perifere gevoelszenuwuiteinden (perifere sensitisatie). Deze zenuwuiteinden onderhouden de migraine. Door deze onder controle te krijgen, doorbreken we de vicieuze cirkel van de steeds maar terugkerende hoofdpijn en migraine.
Patiënten verdragen de behandeling goed. De botox wordt op 31 (tot 39) plaatsen geïnjecteerd; ter hoogte van het voorhoofd, beide slapen, het achterhoofd en de nek. We gebruiken een hele fijne naald zodat je er weinig last van ondervindt. Met regelmatige, driemaandelijkse injecties op een termijn van maximaal twee jaar willen we de migraine zo sterk terugdringen, dat we de infiltraties kunnen afbouwen en stoppen. Het effect van botox kan spectaculair zijn, maar niet iedereen reageert even goed op de behandeling. Bij een kleine minderheid van de patiënten blijven infiltraties ook op langere termijn nodig.
Wanneer je denkt dat een botoxbehandeling je kan helpen bij de behandeling van chronische migraine, neem contact op met het secretariaat Neurologie voor een afspraak op de gespecialiseerde hoofdpijnraadpleging - dokter Olivier Deryck of dokter Annelies Van Dycke. Zij bespreken mogelijke opties en verwijzen eventueel door voor de botoxbehandeling.
Hemifaciaal spasme
Een hemifaciaal spasme wijst op een beschadiging van de aangezichtszenuw (nervus facialis). We doen eerst een MRI-scan van de hersenen. Zo wordt een mogelijk 'neurovasculair conflict' zichtbaar. Het gaat dan om een bloedvat (pulserende arterie) dat contact maakt met de aangezichtszenuw. Dit veroorzaakt vermoedelijk door jarenlange druk de symptomen. Je kan kiezen voor een neurochirurgische ingreep. De meeste patiënten kiezen echter voor een botoxbehandeling. Zo houdt u de symptomen jarenlang in bedwang.
Overige bewegingsstoornissen
Botox kan ook werken in de behandeling van bijvoorbeeld speekselvloed bij de ziekte van Parkinson, schrijverskramp en andere vormen van taakgerelateerde dystonie, bruxisme, oromandibulaire dystonie, beven (dystone tremor), spasmodische dysfonie en tics bij het syndroom van Gilles de la Tourette.
Botox onder elektromyografiegeleide
Sommige botoxinjecties doen we onder controle van de spieractiviteit, met elektromyografische (EMG) geleide door middel van speciale EMG-naalden. Patiënten verdragen dit goed. Bij aandoeningen zoals cervicale dystonie en armspasticiteit kunnen veel verschillende spieren in wisselende graad van ernst betrokken zijn. Door de EMG hebben we op het moment van injecteren goed zicht op de spieren die bij de dystonie betrokken zijn; dit kan per persoon verschillen. Zo kunnen we heel gericht de dosis en de infiltratieplaats aanpassen voor een optimaal resultaat.
- Bij cervicale dystonie of spasmodische torticollis kunnen verschillende nekspieren de klachten veroorzaken en elk daarvan kan bovendien in meerdere of mindere mate bijdragen aan de klachten. Een infiltratie onder EMG-geleide is dan ook een must om juist te kunnen inschatten welk aandeel de verschillende spieren hebben in de aandoening.
Bij spasmodische dysfonie stelt de dienst Neus-, Keel- en Oorziekten vaak eerst de diagnose. Vervolgens zal de NKO-arts een infiltratie met botulinetoxine uitvoeren onder elektromyografiegeleide op de dienst Neurologie.
Werking botox
Bij nieuwe patiënten duurt het vaak een paar maanden (verschillende opeenvolgende infiltraties) voor we de optimale dosis van botox en de goede combinatie van infiltratieplaatsen vinden. Daarna is het mogelijk dat we de aandoening vaak jarenlang, soms zelfs tientallen jaren, met regelmatig nieuwe injecties goed onder controle houden. Soms kan een infiltratie minder effect hebben. Wanneer dit verminderde effect aanhoudt, heeft de arts drie opties:
- de dosis verhogen
- de infiltratieplaatsen aanpassen
- overschakelen op een andere vorm van het toxine
Mogelijke bijwerkingen
Aangezien de stof botulinetoxine het contact tussen zenuw en spier (de neuromusculaire transmissie) onderbreekt, is een nauwkeurige dosering zeer belangrijk. We doseren telkens heel voorzichtig bij de eerste injectie. Afhankelijk van je gevoeligheid kan je bij een eerste infiltratie geen of nauwelijks effect ervaren. Zo kunnen we bij een tweede infiltratie veilig hogere dosissen inspuiten met meer effect, zonder het risico op ernstige nevenwerkingen.
Een overdreven werkzaamheid van het toxine kan immers leiden tot hinderlijke bijwerkingen. Bij correct gebruik zijn nevenwerkingen echter zeldzaam. Mogelijke bijwerkingen per injectieplaats:
- Algemene (systemische) nevenwerkingen bij plaatselijke infiltraties met gebruikelijke doseringen doen zich doorgaans niet voor, maar zijn niet volledig uit te sluiten.
- Achterste nekspieren: een ‘drophoofd’ is mogelijk, waardoor je de kin moeilijk van de borstkas kan opheffen.
- Halsspieren (zoals de musculus sternocleidomastoideus): mogelijke slikproblemen.
- Kringspier oog: bij blefarospasme is een blauw oog mogelijk. Dit verdwijnt spontaan na enkele dagen.
- Rond het oog: een afhangend ooglid (ptose) en/of onvoldoende oogsluiting is mogelijk. Bij onvoldoende oogsluiting is een tijdelijke behandeling met oogdruppels en oogzalf nodig om keratitis sicca (droge ogen) te voorkomen.
Voor deze nevenwerkingen bestaat geen antidotum; je moet wachten tot de toxine uitgewerkt is, tot zo’n 3-6 maanden na de injectie. Vaak houdt een bijwerking slechts enkele dagen tot enkele weken aan.
Achtergrond botox
Botulinetoxine wordt geproduceerd door de bacterie Clostridium botulinum. Deze bacterie zorgt soms voor beelden in het nieuws van eenden met verlammingsverschijnselen tijdens warme zomers. Als vijvers droogvallen bij warm zomerweer creëert dit de ideale omstandigheden voor de groei van Clostridium botulinum. De eenden vallen bijgevolg ten prooi aan botulisme en kunnen niet meer vliegen.
Door voedselvergiftiging kan deze bacterie ook menselijke slachtoffers maken. In 1895 kwam de Gentse bacterioloog en hoogleraar Emile van Ermengem deze bacterie op het spoor na het verdachte overlijden van drie muzikanten die een begrafenisdienst opluisterden in Ellezelles, vlakbij Ronse. Hij isoleerde als eerste Clostridium botulinum en het botulinetoxine uit de slecht bereide ham die geserveerd werd op de begrafenisdienst.
Dankzij de ontwikkelingen in de moleculaire biologie in de laatste jaren begrijpen we beter hoe dit toxine precies verlammingsverschijnselen veroorzaakt. Via een ingenieus mechanisme legt het toxine de signaaloverdracht lam van de blaasjes (presynaptische vesikels) op de overgang tussen zenuw en spier (de neuromusculaire junctie) die gevuld zijn met acetylcholine. Het actieve deel van het toxine heeft een enzymatische activiteit die de SNARE-proteïnen verknipt - deze eiwitten zijn belangrijk voor de overdracht van signaalstoffen (neurotransmitters) zoals acetylcholine. Dit verstoort de signaaloverdracht van de zenuwen naar de spieren en bij gebrek aan neurotransmitters ontstaan verlammingsverschijnselen.
Gelukkig komt botulisme in onze streken bijna niet meer voor. De aandoening is potentieel dodelijk als er naast ptose, dysarthrie en dysfagie ook zwakte van de ademhalingsspieren ontstaat. Daarom bestaat ook de angst dat dit toxine ooit gebruikt wordt als biologisch wapen.
Farmaceutische bedrijven zijn erin geslaagd om dit toxine via moleculaire mechanismen in gezuiverde vorm te produceren. Daardoor is de behandeling met botulinetoxine van neurologische aandoeningen met een verhoogde spieractiviteit in een stroomversnelling gekomen. De behandeling met botox is nu de voorkeursbehandeling voor een reeks aandoeningen. Vaak waren die vroeger onbehandelbaar, of we gebruikten weinig effectieve perorale medicatie met veel bijwerkingen. Toediening van botox onder gecontroleerde omstandigheden en in vastgelegde hoeveelheden is perfect veilig, ook op lange termijn.
Behandelende diensten
Bewegingsstoornissen wordt behandeld door de dienst Neurologie.