Wat is het?
Glaucoom is een aandoening waarbij de vezels van de oogzenuw kapotgaan. Hierdoor wordt het gezichtsvermogen geleidelijk aangetast. Kapotte zenuwvezels kunnen niet worden vervangen. Eenmaal opgelopen schade aan het gezichtsvermogen is dan ook niet meer te herstellen.
Glaucoom is over het algemeen een ziekte van beide ogen, hoewel het ene oog duidelijk meer of eerder last kan hebben dan het andere. Vooral op oudere leeftijd komt de sluipende, chronische vorm van glaucoom vaak voor.
Oorzaak glaucoom
Een verhoogde oogdruk is vaak de oorzaak van glaucoom. Die druk ontstaat door een verstoord evenwicht tussen de aanmaak van oogvocht (kamerwater) en de afvoer daarvan. Dit kamerwater is anders dan het traanvocht aan de buitenzijde van het oog. Bij de meest voorkomende vorm van glaucoom belemmert een vernauwing in de afvoerkanaaltjes de afvoer van het kamerwater. Daardoor loopt de oogdruk op en worden de vezels in de oogzenuw beschadigd.
Mogelijk erfelijk
Bij een normale-druk (normal pressure) glaucoom is er schade aan de oogzenuw zonder duidelijke oorzaak. Mogelijk spelen stoornissen in de doorbloeding van het oog een rol. Daarnaast kan glaucoom erfelijk zijn. Let daarom op als familieleden (ouders, broers en/of zussen) glaucoom hebben. Andere risicofactoren zijn hart- en vaatziekten, bijziendheid en suikerziekte. Glaucoom komt bovendien vaker voor bij mensen van Afrikaanse origine.
Symptomen
Vaak wordt glaucoom pas in een vergevorderd stadium opgemerkt. De patiënt ervaart dan klachten door de verhoogde oogdruk of door de uitval van zenuwvezels:
- Hoge oogdruk: vage klachten zoals lichte hoofdpijn.
- Uitgevallen zenuwvezels: uitval van delen van het gezichtsveld.
Uitval gezichtsveld door glaucoom
Het gezichtsveld is het deel van de omgeving dat het oog kan zien zonder te bewegen. Vaak merkt een patiënt pas uitval als er een aanzienlijke beperking is, of als de uitval in het centrum van het oog is.
Vroege klachten van mogelijke gezichtsvelduitval door glaucoom zijn:
- Slecht zien in schemerlicht of in het donker.
- Zich vaak stoten aan voorwerpen of voorwerpen omstoten.
Geen klachten: wel testen
In een beginnend stadium hebben de meeste mensen géén klachten over het gezichtsvermogen. Daarom is het voor mensen boven de 40 jaar raadzaam om zich te laten onderzoeken op glaucoom met een zogenaamd screeningsonderzoek. Dit is des te belangrijker indien men bepaalde risicofactoren heeft (zoals familieleden met glaucoom).
Onderzoeken
Om zeker te zijn of er sprake is van glaucoom en om te bepalen wat het stadium is van de aandoening, kan de oogarts bepaalde onderzoeken verrichten. Alle onderzoeken zijn pijnloos en weinig ingrijpend:
- Onderzoek van het inwendige oog met een spleetlamp, al dan niet met een speciaal spiegelcontactglas (gonioscopie).
- Onderzoek van netvlies en oogzenuw met behulp van een oogspiegel.
- Meten van de oogdruk (tonometrie), vaak op meerdere tijdstippen van de dag of met tussenpozen van bijvoorbeeld enkele weken.
- Gezichtsveldonderzoek (perimetrie), waarbij de patiënt met één oog naar een lampje recht vooruit blijft kijken en aangeeft wanneer een oplichtend puntje opzij, boven of beneden wordt gezien.
- Met andere apparaten kan de ontwikkeling van glaucoom nog beter of verfijnder worden opgespoord, bijvoorbeeld met apparaten die de doorbloeding van de oogzenuw meten of die de dikte van de zenuwvezellaag in het netvlies meten.
Behandelingen
Glaucoom kan niet genezen worden. Glaucoom kan wel onder controle worden gehouden met geneesmiddelen, laserbehandeling of een operatie. Oogheelkundige controle zal echter levenslang noodzakelijk blijven. De behandeling kan een verdere beschadiging van de oogzenuw en het gezichtsvermogen voorkomen of tot stilstand brengen. Probeer daarom zo consequent mogelijk je medicatievoorschriften uit te voeren: stop nooit zelf de behandeling en vraag tijdig nieuwe voorschriften aan. Houd rekening met controles en vergeet je medicijnen niet als je op vakantie gaat of opgenomen wordt. Vertel je behandelende arts altijd welke glaucoommedicatie je gebruikt!
Oogdruppels, ooggel en oogzalf
Je kan (een combinatie van) oogdruppels, ooggel of oogzalf voorgeschreven krijgen door de oogarts:
- Bètablokkers verminderen de aanmaak van het inwendige oogvocht (kamerwater), maar zijn minder geschikt voor mensen met astma of een hartaandoening.
- Prostaglandine-analogen stimuleren de afvloei van kamerwater en zijn een goed alternatief voor bètablokkers. De bijwerkingen zijn gering, maar veranderingen in de kleur van de iris treden soms op.
- Carboanhydraseremmers remmen de productie van kamerwater. Ze hebben weinig bijwerkingen, maar een bittere smaak in de mond komt wel eens voor.
- Alfa2-agonisten remmen de aanmaak van kamerwater. De afvoer van kamerwater wordt mogelijk ook iets verhoogd. Mogelijke bijwerking is een allergische reactie van het oog.
- Adrenaline-achtige stoffen remmen de productie van kamerwater en bevorderen de kamerwaterafvoer. Ze kunnen de pupil verwijden; wazig zien en rode ogen zijn vaak de bijwerkingen. Ze zijn minder geschikt voor onder andere hartpatiënten.
- Pilocarpine (of soortgelijke stoffen) bevorderen de afvoer van kamerwater. Wel geven ze een (vaak hinderlijke) vernauwing van de pupil met hoofdpijn, bijziendheid, of verduistering van het beeld als gevolg.
Door de nadelen van adrenaline-achtige stoffen en pilocarpine worden deze alleen gebruikt als men er met de andere genoemde middelen niet uitkomt.
Tabletten en capsules
Acetazolamide is een carboanhydraseremmer die alleen in de vorm van tabletten, capsules of als injectievloeistof wordt gebruikt. Het geeft een zeer snelle en krachtige remming van de productie van kamerwater. Het is het meest krachtige medicijn om de oogdruk te verlagen. Helaas heeft het middel ook veel bijwerkingen, zoals tintelingen in de vingers, veel plassen, lusteloosheid, maar ook nierstenen en ernstige bloedafwijkingen.
Laserbehandeling
Is de medicatie lastig vol te houden? Of is het moeilijk om zelf oogdruppels toe te dienen? Dan kan een laserbehandeling uitkomst bieden. Een laserapparaat kan de doorstroom van het afvoersysteem voor kamerwater (het inwendige oogvocht) verbeteren. Met grote precisie worden uiterst fijne brandplekjes aangebracht op dit afvoersysteem, waardoor de afvoerkanaaltjes wijder gaan openstaan en zo meer vocht kunnen afvoeren. De laserbehandeling gebeurt poliklinisch en duurt slechts enkele minuten. De risico’s zijn gering. Deze behandeling wordt vaak toegepast als medicijnen onvoldoende helpen of niet kunnen gebruikt worden.
Operatie
Opereren is een optie als het glaucoom niet goed te behandelen is met medicatie of laserstralen, of als de oogdruk erg laag moet gehouden worden om de ziekte tot stilstand te brengen. Meestal wordt een soort klepje in het oog gemaakt waardoor het kamerwater wordt afgevoerd. Tijdens de ingreep wordt vaak een vloeistof op het oog aangebracht die littekenvorming remt om te voorkomen dat het nieuw gemaakte luikje weer dichtgroeit na de operatie. Andere operatietechnieken worden alleen in bijzondere gevallen gebruikt. Na een glaucoomoperatie wordt de gezichtsscherpte in eerste instantie eerder slechter dan beter, omdat het oog van de operatie moet herstellen.
Behandelende diensten
Glaucoom wordt behandeld door de dienst Oogziekten.